Gepost door: marielaureinrusland | 11 november 2008

Van Dzjinghis Khan tot een kapotte sjakosh: Mongolie (deel 1)

Van vrijdag 31 oktober tot zondag 1 november hebben wij een weekje vakantie genomen en wat kan een mens in Irkutsk dan beter doen dan eens een uitstapje te maken naar het naburige Mongolie? Wij dat zijn eerst en vooral ik (of wat had u nu gedacht), Hanne, Heleen, Nele, Jeremy (de Canadees) en Nick (de Tasmanier/Australier, al denk ik dat hij zelf de eerste term prefereert). Een jolige bende, dat heeft u al begrepen.

Nadat we allen min of meer bekomen waren van het afscheidsfeestje voor de Polski’s, ofte de Poolse meisjes, die er nu trouwens toch nog zijn (maar dat is een ander verhaal) en nadat we nog ‘snel even’ onze oude bedden hadden omgewisseld voor nieuwe (wat betekende zelf de bedden van de vierde verdieping via de trap naar boven sleuren) stonden we vrijdagavond rond een uur of zeven gepakt en gezakt en vooral voorzien van veel voedsel klaar om te vertrekken. We sprongen al gauw op een bus waar ‘station’ op stond, wat uiteraard onze bestemming was. Nu moet u weten dat er in Irkutsk twee stations zijn. Nu blijkt ook dat men het in de bus niet nodig vindt om aan te geven of de bus naar het eerste, dan wel het tweede station rijdt. U heeft het al in het snotje: wij zaten op de foute bus. Ik scheen de eerste te zijn die dit merkte maar aangezien iedereen nog steeds jolig zat te wezen dacht ik van “och, ge vergist u weeral eens, zij zullen het wel weten”. Niet dus. We zijn er ergens ten velde in Irkutsk uitgesprongen en na wat paniek en heen en weer geloop zaten we op de juiste bus en al gauw doemde het station voor ons op. In de stationshal was het een drukte van jewelste maar gelukkig zagen we Heleen en Paul (de Zuid-Afrikaan), die ons als een echte ‘batiushka’ kwam uitzwaaien, al snel. Na wat wachten verscheen ook het perronnummer op het infobord en na het afscheid van Heleens Russische ouders waren we klaar om te gaan. We namen onze cabines in beslag, de vier meisjes zaten samen in ййn en de twee jongens zaten samen met een Brits en een Australisch meisje in een cabine. We zaten wel allemaal in dezelfde coupe. Na een halfuurdurend afscheidsritueel van Paul, inclusief gekke bekken, zwaaien en onnozele foto’s waren we йcht volledig klaar voor vertrek. De trein zei “toet toet!”, het machtige gevaarte zette zich in beweging en weg waren we! (Ik weet eigenlijk niet of de trein echt “toet toet” zei, maar het leek me cool als hij dat wel zou doen, zodus beeld ik me maar in dat de trein van “toet toet” deed).

Zo, daar zaten we dan. Voor de komende 36 uur. Ik kreeg een plekje op de onderste slaapbank, Nele en Hanne sliepen van boven. Zo’n coupe is eigenlijk nog vrij handig ingericht, ik keek mijn ogen uit, als slaaptreinleek (but not anymore!). Onder de onderste slaapbanken is bergruimte, boven de bovenste ook, er is algemeen licht, iedereen heeft dan nog een leeslampje, er is een tafeltje, de bovenste bedden kun je tegen de muur vastmaken en de onderste kun je ook omtoveren in gewone zitbanken. Vooraan in de coupe was er een toilet (flush! En uw ‘ding’ lag op de sporen, vandaar dat dit toilet gesloten bleef bij grensovergangen en op stations) met lavabo. Er is ook constant heet water te verkrijgen uit een heel ingewikkelde en imponerende waterkoker… Bijgevolg werden we gedwongen ons te vullen met brood, snoep en noedels.

Vrijwel meteen bleek dat onze coupй zowat vol buitenlanders zat. Bleek dat er een reisgezelschap van Australiers en Britten aanwezig was. Daarnaast waren er twee coupes met Mongolen, die naast ons en een andere verder op de gang. De Britten en Australiлrs bleken net als ons een jolige bende. De Mongolen naast ons bleken voor de televisie te werken en waren afgereisd Leningrad en hadden daar een reportage gemaakt over de Kalmukken die ginds leven. De camera- en geluidsman waren van onze leeftijd, de regisseur en een andere man die er om een of andere reden ook bij was (tot op heden is het nog steeds geheel onbekend wat zijn rol in het reportage-verhaal was) waren wat ouder. Na enige tijd verklaarde deze laatste dat hij verliefd was op Nele haar schoon ogen (een weinig later bleek dat de man nogal snel verliefd werd en dat eender wie goed genoeg was voor hem, bijgevolg probeerde hij al het Belgische vrouwvolk eens uit). Ondertussen had ik ook al kennisgemaakt met de genaamde John Garlick (die jongen heeft zijn naam ook niet zelf gekozen natuurlijk), een vrolijke Australiлr. De Mongolen nodigden ons uit om mee in hun coupe te komen en daar hoorde natuurlijk onvermijdelijk ook een glaasje vodka bij! Wij leerden dat “Sante” in het Mongools “Toch-Toj!” is en deze kreet ging meermaals de coupe rond, want de Mongolen bleven iedereen maar inschenken. Meneer de oude Mongool zonder duidelijke functie was al zwaar boven zijn theewater en dit werd alleen maar erger. Bijgevolg werd Meneer de Mongool ook steeds handtastelijker. Ik paste een keer of drie een of ander houdgreepmanoeuvre toe op de Mongool die zich volledig op Nele concentreerde. Vervolgens werd zijn aandacht wat verdeeld en wendde hij zich afwisselend tot Hanne, Heleen en ik. Uiteindelijk lieten we de Mongolen maar voor wat ze waren en nadat Jeremy de oude vreemde Mongool in een houdgreep had genomen trok de Mongool zich dan maar terug in zijn cabine waar hij vermoedelijk als een blok in slaap viel. De volgende morgen verscheen hij weer en we hebben hem toen maar wijselijk vermeden… We kregen wel twee cadeautjes van de Mongolen in de loop van de dag: een dvd over Mongolie en een pak postkaartjes met Mongolen in allerhande nationale outfits.

Na onze eerste kennismaking met het Mongoolse volk (quote Jeremy: “That situation was so Mongolian, it was like a typical Mongolian guy I guess…”) volgde een iets aangenamere ontmoeting met de rest van de bende Britten en Australiлrs die al een week of drie onderweg waren van Sint Petersburg naar Mongolie. Sommigen gingen hierna weer naar huis, anderen zouden nog verder reizen. Ze hadden al een geweldige tijd beleefd, aan rato van 10-25 flessen vodka per etmaal, waar ze op een gegeven moment zelfs een boete voor hadden gekregen op de trein. John Garlick zijn hoofd zat ook alweer een eind verder en toen er bij een stop onderweg sneeuw op het perron bleek te liggen sprong hij prompt het perron op om in de sneeuw te gaan spelen. Op blote voeten (quote: “I’m from Australia, I’ve never had snow, you see, it’s fucking amazing!”). Jaja, jawadde het was me wat die bende. Ze hadden ook een mascotte mee, de u allen welbekende held ‘Pingu’. O, hij was werkelijk geweldig! Hij danste en bewoog en flapperde met zijn vleugels en werd helaas gekidnapt door den Australien en ontvoerd naar onze cabine. Waarna wij hielpen bij de teruggave van onze Pingu aan zijn rechtmatige eigenaar. Kortom het was een fijne avond en we hebben niet heel erg veel geslapen. Maar toch wel iets…

De volgende morgen werden we wakker, aten wat, zochten uit hoe het met de rest gesteld was (goed) en toen was er De Grens. De Russische grens met niemandsland, waar we zo’n zes uur hebben gespendeerd. We mochten buiten rondlopen dus gingen we de buurt maar even verkennen. Er was weinig te doen eigenlijk, een marktje vol brol en pruts, een winkeltje, een leeg perron. Maar oo-ook… een parkje! (Ik vermoed dat dit een anticlimax is voor u, maa-aar) er lagen dus wel koeien in dat parkje! Ik en Heleen gingen met onze voeten door de gevallen blaadjes stampen, waarbij we de koeienvlaaien probeerden te ontwijken. Wat gelukt is, hoera voor ons! Verder stonden er wat standbeelden die heftig waren toegetakeld, maar Heleen kreeg toch waar ze om gevraagd had: een hert! Jammer genoeg kon ze er niet op rijden, maar goed, het was een begin en wie weet wat de trip ons nog allemaal zou brengen! Hierna speelden we nog wat frisbee en american football met de andere jolige bende en hierna gingen we maar wat op de trein zitten. Na een hele papierwinkel en paspoortcontroles reden we verder. Tot aan de niemandsland-Mongoolse grens. Waar ongeveer het zelfde scenario volgde, maar dan minder lang. En nooit vergeten in zo’n geval: al die tijd kunt ge niet naar het toilet, want het blijft onverbiddelijk gesloten en in het (Russische) station is er geen…

Hierna zaten we weer een hele dag op de trein. Er werd over van alles gepraat, maar het populairste thema bleef toch wel de ‘tiny little horses’, waar al een week voor ons vertrek druk over gepalaverd werd. En we zagen ze zelfs lopen over de velden! De reis was nu al half geslaagd, dat begrijpt u wel.

Die avond gingen we vroeg slapen en na een korte nacht arriveerden we om 6.10u in Ulan Bator. De mensen van de hostel stonden al klaar met een bordje voor ons (“Marie-Laure Bettens” en “UB Guesthouse”) en in twee auto’s voerden ze ons naar daar. Daar kregen we een grote kamer voor ons zessen en nadat we onze spullen daar hadden rondgestrooid kropen we in onze brede stapelbedden voor enkele uurtjes (vooral Jeremy had hier deugd van…).

Na dit slaapje trokken we de stad in. Missies waren: geld afhalen, eten en op de foto met den Dzjinghis. Die eerste missie mislukte al goed; mijn visakaart bleek niet te werken en een bank vinden waar je met Maestro geld kon afhalen bleek ook niet eenvoudig. Op naar missie twee dan maar, eten! Hier slaagden we gelukkig wel: in een soort van Mongools fastfoodrestaurant aten we voor zo’n drie euro een overdadige maaltijd die we amper opkregen. Het was nog lekker ook! Tijdens het eten voorzagen we een vermoedelijk Chinese soap die in het Mongools werd gedubd van onze eigen ondertitels: hilarisch! Na nog een rondje bankautomaten (resultaat nog steeds negatief) trokken we terug naar het Guesthouse om daar te malden dat we besloten hadden om samen vijf dagen, vier nachten naar het platteland te gaan. We hebben daar een hele poos moeten wachten, maar uiteindelijk geraakte het geregeld en ging er zelfs iemand voor onze treintickets terug naar Irkutsk zorgen, als dat niet makkelijk is! Vreemd hoe eenvoudig dingen hier soms verliepen, in vergelijking met wat er in Rusland vaak aan papierwerk en dergelijke moet worden verricht. Na een onderonsje met Bobby, de gastvrouw van de Guesthouse besloten we onze derde missie te vervullen, zijnde den Dzjinghis! We wandelden door de straten van Ulan Bator en Nick, die hier al eens eerder was, was onze gids. Ulan Bator doet heel erg modern, eigentijds aan: moderne architectuur, veel restaurants, bars en dergelijke. Misschien is het omdat ik al zo een tijd in Rusland leef, maar ik vond het geheel iets hebben van een Europese stad, het was allemaal erg erkenbaar, ook al liep het er dan vol Mongolen en kon je de toeristen er zo uitpikken.

Uiteindelijk belandden we op een groot plein met een gigantisch gebouw (het parlement of iets dergelijks geloof ik) waar onzen Dzjinghis gezeten zat in een gigantische zetel, geflankeerd door twee Mongoolse ruiters op paarden. Voor de duidelijkheid; ik heb het hier over standbeelden. Ook was er een groot standbeeld van Soeche Bator, maar de grote held was duidelijk Dzjinghis. We namen onze foto’s (missie drie geslaagd) en hierna haastten we ons naar de straatkant om een taxi te nemen naar de zwarte markt. Bobby had ons verteld dat we met de chauffeur 3000 (twee euro) Tukrik per auto moesten overeen komen, want meer betekende afzetterij. Zo gezegd, zo gedaan en algauw waren we in twee auto’s op weg naar de zwarte markt.

Bobby had ons gewaarschuwd dat er in Mongoliл ongelooflijk veel zakkenrollers zijn en dat deze zowat elke mogelijke (menselijke weliswaar) vorm kunnen aannemen; jong, oud, alleen, in groep, man vrouw. Een gewaarschuwd man is er twee waard en bijgevolg hadden wij ons paspoort thuis gelaten en al ons geld verdeeld over onze binnenzakken. Ik had mijn zwart tasje mee om mijn fototoestel te kunnen in steken en aangezien het niet zo koud was als verwacht, staken ook mijn handschoenen en muts er in. Heleen had haar rugzak mee, die ze buikwaarts droeg en Hanne had ook haar kleine zakje mee. Verder had niemand een of andere zak mee. Eenmaal aangekomen op de markt spraken we een uur af waarop we elkaar terug zouden zien, aangezien het er zo ongelooflijk druk was. Ik bleef samen met Hanne en Heleen hangen aan een mutsenkraam terwijl de rest verder ging. Er passeerde redelijk wat volk, maar het was niet echt drummend druk. Ik en Hanne begonnen wat mutsen aan te wijzen die we wilden passen en terwijl we dit aan het doen waren kwam er plots een hele horde vrouwen rondom en tussen ons staan duwen en trekken en praten en roepen. Ik had al vrijwel meteen door dat die daar niet allemaal zomaar opeens dringend een muts nodig hebben en klemde mijn hand stevig rond het bandje van mijn zakje. Plots voelde ik een stevige ruk aan mijn tasje en vrijwel meteen greep ik het vast. We besloten voort te maken en betaalden voor onze mutsen. De hoop vrouwen leek op te lossen in het niets. Pas toen we verder liepen had ik de kans om min of meer ‘veilig’ naar mijn tasje te kijken. Die smeerlappen hebben het gewoon kapotgesneden van langs de zijkant!! Er was niks uit, pech voor de zakkenrollers, maar geen buit (ik zei al dat ze geen muts nodig hadden), maar het gaf me toch een onbehaaglijk gevoel. Heleen haar jaszak bleek ook opengeritst te zijn, maar ook daar stak gelukkig niks in. Hierna klemden we ons alledrie aan onze zakken vast als waar het reddingsboeien. Een gewaarschuwd man en een ezel die zich geen twee keer stoot zijn een mooie combinatie!

Na nog wat rondgelopen te hebben op de markt, die echt gigantisch groot was en waarbij Heleen haar zak nogmaals werd opengeritst, ditmaal door een kleine jongen, begaven we ons weer naar de uitgang. Daar vonden na een tijdje ook de anderen en zochten we dan maar een taxi die ons terug naar het guesthouse kon brengen. We spraken een taxichauffeur aan en alweer dook er een hele groep mannen op die rondom ons begonnen te schreeuwen. U raadt het al, andere taxichauffeurs, die zo’n groepje argeloze buitenlanders maar wat graag wilden vervoeren in hun taxi. Er was ook ййn dronken man onder hen die ons wat lastig viel, maar omdat de taxichauffeur ons snel naar zijn taxi leidde, hadden we daar niet echt veel last van. Een vriend van deze man nam de andere drie onder zijn hoedde en zo waren we weer met twee taxi’s onderweg. We hadden vooraf afgesproken om 4000 tukrik per auto te betalen, meer als in het heen, maar goed we hadden niet veel zin om nog lang in de troep taxichauffeurs te staan en dus leek dit ons een aannemelijk bod. Toen we aankwamen aan de guesthouse bleek de snuggere taxichauffeur ons opeens toch niet zo heel goed verstaan te hebben en hij vroeg 4000 tukrik per persoon. Wij weigerden dit en zo ontstond er een relletje buiten aan het guesthouse. Ik besloot dan maar snel naar boven te lopen en hulp te gaan vragen aan iemand in het guesthouse. Ons Mongools is nog steeds niet denderend, dat begrijpt u. Om een lang verhaal kort te maken: uiteindelijk betaalden we 6000 tukrik per auto en dit zeer tegen de zin van Nick, maar goed aan de andere kant, voor vier euro kunt ge nu ook niet sukkelen…

Na dit avontuur was het tijd voor een verkwikkende, heerlijk deugddoende douche en nadat iedereen zich de douche had laten welgevallen en eens op het internet gesurft had was het alwййr tijd om onze innerlijke mens te gaan versterken. We trokken de stad in en na een tussenstop in een soort patisseriezaak vol taart en gebak (die werd afgekeurd omdat de meesten toch wel zin hadden in iets ‘deftiger’ eten), kwamen we terecht in een donkere Irish Pub. Ho, we hadden geen betere keuze kunnen maken! We kregen een gezellige tafel aan het raam toegewezen en met mes en vork zaten we klaar om in de aanval te gaan. We voelden ons goden op aarde! Eindelijk nog eens heerlijk eten dat ge niet zelf hebt klaargemaakt en zonder dat ge daarna nog een berg afwas moet verzetten. Niet te doen, het was geweldig! Ik zou er nog uren lyrisch over door kunnen gaan, maar aangezien de meeste mensen dit waarschijnlijk dagelijks ter beschikking hebben vrees ik dat niemand het zou begrijpen en dus hou ik (wijselijk) mijn mond maar. Terwijl we daar zaten passeerde er een gast met een hakenkruis op de achterkant van zijn vest en Nele wees er ons op (letterlijk en figuurlijk), maar helaas wees die vinger eerder naar een andere jongen (eerder ghetto-style) die hier helemaal niet mee kon lachen en vrij woedend zijn middelvinger op stak naar ons. Gelukkig wandelden ze verder, maar een tijdje later kwamen de jongen en zijn kompaan terug en ze vonden er niet beter op om op het pleintje hun gevechtstechnieken in te trainen. Ja, wij kregen daar toch een beetje schrik en begonnen al plannen in ware James Bond stijl te smeden waarbij de woorden ‘achteruitgang’ en ‘via de keuken’ meermaals vielen. Het liep met een sisser af, want uiteindelijk verdwenen de jongens weer en geraakten we terug veilig in het Guesthouse.

Daar pakten we nog wat spullen in, babbelden nog wat (over spataders en dergelijke, u kent dat wel, gewoon een ordinaire conversatie) en vielen uiteindelijk in slaap. We hebben het niet te lang getrokken, want maandagmorgen werden we fris en monter verwacht om aan onze trip door het platteland van Mongolie te beginnen.

Op het programma:

  • maandag naar de oude hoofdstad, tempel daar bezoeken

  • dinsdag op weg naar het Great White Lake, waar we twee dagen zouden blijven, middagstop in het laatste echte stadje (met elektriciteit, jawel!)

  • woensdag ginds dus een dagje doorbrengen, waarschijnlijk paardrijden voor de liefhebbers

  • donderdag op weg naar de mini-Gobi, waar we volgens Bobby foto’s zouden kunnen maken waardoor iedereen zou denken dat we in de echte Gobi geweest waren

  • vrijdag terug naar Ulan Bator en dan ’s avonds daar de trein nemen om 21.10u om terug naar Irkutsk te gaan…

Jaja, we hadden duidelijk geen idee wat ons te wachten stond. Ahum. Een greep uit het aanbod. Kameelrijden, een mysterieus Mongools virus dat vijf van de zes man velde, slapen in tenten, Mongools eten, een bevroren meer, Mongools keelgezang und so weiter (niet per se in die volgorde). Maar dat, beste mensen is voor een andere keer! Dus nu: oogjes dicht en snaveltjes toe…

P.S.: Als u zich zou afvragen hoe het ons ondertussen terug in Irkutsk vergaat… Van zondag op maandag is er een hele pak sneeuw gevallen, die er nog altijd ligt en ik ben de goden dankbaar voor mijn bergschoenen want ze zijn warm йn ik heb redelijk wat grip op de sneeuw, terwijl de Russinnen hier nog steeds op hun dooie gemak rondwandelen door de sneeuw op hun ijzingwekkende hakken. Ge zult daarvoor wel Russisch moeten zijn denk ik. Deze morgen (dinsdag) was het hier -9, in de namiddag alweer drie graden boven nul, waardoor de sneeuw nu toch een beetje begint weg te smelten (ik vermoed dat er een centimeter of zeven lag, maar ik heb er mijn meetlat niet bijgenomen). Verder hadden we gisteren wel een heel goed excuus om ons opstelletje voor Russische Literatuur niet te kunnen afwerken, zijnde het feit dat er gewoon geen elektriciteit en dus bijgevolg geen licht was in de dorm. Wij kwamen thuis van de les rond 17.30 en toen was het al net te donker om nog goed te kunnen zien wat ge aan het schrijven waard. Gelukkig was er in de keuken wel elektriciteit (maar geen licht), waardoor er mits wat improvisatie (een hoofdlampje, dat later vervangen werd door een bureaulamp) toch gekookt kon worden. Nu is er nog steeds geen elektriciteit in de kamers en de gangen, enkel in de keuken (maar dus geen licht), maar dat zou ‘na de middag’ (het is nu 15.45) gefikst moeten zijn. U ziet dat ‘na de middag’ een rekbaar begrip is in Rusland en ik vrees dat we nog tot morgen zullen mogen wachten. Goed, dat wordt dan douchen in het donker straks, dat is ook een ervaring!


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën