Goh, wat een ontnuchtering om na zo’n weekje vakantie (in Mongolië, of all places!) weer terug naar de universiteit te moeten. Veel was er niet veranderd. De bewaking kijkt nog steeds even vies en ge moet nog altijd niet proberen om in ‘bovenkledij’ de univ binnen te gaan. De spiegelpalen zijn nog steeds even populair en ze zagen nog steeds als ge in de stolovaja zit te leren. We zijn dan maar voor het eerst eens in de leeszaal gaan zitten en inderdaad, het is daar véél beter als in de stolovaja; warm, geen vieze etensgeuren en veel rustiger.
Nu ik er over denk was er toch iets veranderd. De Aziaten die bij ons zitten bij vaderlandse geschiedenis hebben blijkbaar ergens de antwoorden op de vragen vandaan gehaald, want ze antwoorden nu allemaal van de eerste keer juist, werkelijk heel vreemd, maar goed voor ons want we hadden ons huiswerk niet gemaakt. Alleen bij de bijvragen gingen ze nog steeds de mist in. Een voorbeeld? “Wie stond er aan het hoofd in de Oosterse beschaving?” Achtereenvolgens volgden de meeste domme antwoorden. Er was iemand die dacht dat dit wel eens mijnheer Christoffel Columbus geweest kon zijn. Er was een ander die dacht dat dit mijnheer Lodewijk XIV was. Nog een ander gokte dat dit wel eens Napoleon kon geweest zijn. Uiteindelijk opperde er zelfs iemand dat het misschien wel eens de onderdanen zelfs geweest waren. Het was moeilijk om niet in lachen uit te barsten. Ik deed het toch. Sorry lieve Aziaatjes… De maandagavond was zoals steeds weer een avond vol druk huiswerk maken. Alles concentreert zich steeds op die avond en net daarom is maandag echt wel de meest gehate dag van de week!
Ja, zoals ik al zei, een doodgewone week en dus niet veel speciaals. Dinsdagavond zijn we naar een Pools jazzconcert geweest dat werkelijk heel goed was. We waren uitgenodigd door het Poolse consulaat in Irkutsk, omdat we Pools studeren veronderstel ik. Dit concert vond plaats in de chique, met draperieën behangen Irkutskse filharmonie, maar de muzikanten hadden beter gepast in een donkere kroeg. Het was in alle geval heel erg goed. Nog een grappig detail: er was een hele hoop mensen die tickets hadden voor onbestaande plaatsen. Achja, het blijft natuurlijk Rusland. Na afloop slaagden we er zelfs in een handtekening te bemachtigen van de man die de contrabas bespeelde, hehe. En we zagen de Poolse consul!
Woensdag hebben we niet veel speciaals gedaan. We zijn iets gaan drinken aan de cinema hier vlakbij, in café Jeans, omdat ze daar naar het schijnt plots ook draadloos internet hadden. Uiteraard ging dit weer niet en wist niemand van iets en kon niemand er iets aan doen, maar we hebben toch een lekkere aardbeienmilkshake gedronken. Café Jeans is echt wel een leuke cafeetje eigenlijk, allemaal gekleurde zeteltjes, die echt geweldig zitten (ik had nog niet door dat ik hier eigenlijk echt wel het gevoel van in een zetel te zitten mis van tijd tot tijd) en als ge aan het raam zit is het een leuke sport om de ingeduffelde Russen met hun bontmantels en chique mutsen te bekijken.
Donderdag was weer een doodgewone dag. Buiten het feit dan dat mijn gsm gestolen werd. Ik heb geen idee hoe of wanneer het gebeurd is. Hanne en ik waren naar de markt geweest om ingrediënten te kopen. Ik had hem nog bij het kruidenkraampje en daarna zijn we nog vis (hij was bevroren en vanwege de koude bleef hij ook helemaal hard en bevroren tot we thuis waren) gaan kopen en vervolgens namen we de tram terug naar de dorm. Tja en daar merkte ik het, foetsjie! Voor de mensen die mijn Russisch nummer hadden: stuur er niet meer naar, want het bestaat niet meer. Snif, mijn arme gsm. Wel een slechte diefstal overigens: een telefoon zo oud als de straat, ingesteld in het Nederlands, met nog precies 27 roebel op de kaart… Achja, rien à faire zeker hé.
Nele en ik moesten koken ’s avonds (vis met ajuintjes en worteltjes en kruiden in de oven ingepakt in zilverpapier en puree) en we (vooral Nele) leefden ons uit in het maken van dierenvormpjes met het zilverpapier, iedereen kreeg een beestje dat bij hen paste.’s Avonds zaten we in de keuken wat te praten met Mieke en Kristien en er werd het idee geopperd om vrijdagavond eventueel naar de internationale studentenparty in de Megapolis, een van de discotheken hier, te gaan. Hanne en ik besloten eens te gaan vragen aan de Poolse meisjes, Barbara en Karolina, of ze geen zin hadden om mee te gaan. Vrijdagavond zou hun laatste avond hier zijn, want zaterdag vertrokken ze terug naar Polen. Natuurlijk bleven we weer eens plakken, wat zeer gezellig was, maar ook zeer gevaarlijk want op vrijdagmorgen hebben we om acht uur stilistika, werkelijk een rotvak en het is sowieso al moeilijk om te volgen en/of om wakker te blijven, laat staan dat we dan nog eens weinig geslapen zouden hebben… Maar het was heel plezant en we hebben Pools gepraat met Barbara, Karolina en Kostja, een Rus die ook Pools studeert en die een vriend van hen was en die een hippe berenmuts met een rode ster op mee had, dus het was ook nog eens educatief verantwoord.
Vrijdagmorgen stonden we dan ondanks alles paraat om naar stilistika te gaan. Het was de eerste keer dat Hanne en ik mee zouden doen met het derde jaar. Normaalgezien volgden we dit vak in het vierde jaar, maar omdat we nog nooit van ons leven iets zoals stilistika gezien hadden, was dat echt niet te volgen en na veel vijven en zessen hebben we nu dus eindelijk de toestemming gekregen om die les te volgen. Nele was er al één keer naartoe geweest, toen wij naar Olchon waren en had ons al gemeld dat het veel beter meeviel dan voorheen en amai én of dat het gemakkelijker was! Het mens was zelfs zo vriendelijk om alles wat al gezegd was nog eens extra uit te leggen voor de laatkomers (we waren en kwartiertje te laat door het verkeer), terwijl ze normaal iedereen die een minuutje te laat is meteen een minnetje geeft! De les was heel gemoedelijk, aan bord oefeningen oplossen en dergelijke en ik kon zelfs heel goed volgen… Goh, wat een opluchting. Ze was zelfs niet boos omdat we naar Mongolië geweest waren! Hetzelfde met de professor van praktitsjeskij, zij zei zelfs dat het belangrijkste was dat wij ons daar geamuseerd hadden en dat het dus niet erg was dat we een les gemist hadden. Tof hé?
Vrijdagavond was er dan het afscheidsfeestje voor de Poolse meisjes, dat eigenlijk een heel klein beetje tegenviel en redelijk saai was. Paul had wel een lekker tacohapje gemaakt dat er bij iedereen gretig inging, maar veel volk ging om 23u al door, wat ergens logisch aangezien de obsjsjitie dan sluit. Uiteindelijk zaten we in de keuken Nicks liefdesleven te bespreken en vervolgens zijn we dan maar afgedaald naar de derde verdieping, naar de Russen. Daar hebben we nog even gezeten, wat gebabbeld en het spel ‘woordenslang’ in het Russisch gespeeld. Ook daar viel er niet echt veel te beleven en de meeste mensen leken nog moe van de avond ervoor, dus uiteindelijk lagen we heel vroeg in ons bedje.
Zaterdag hebben we de hele dag binnen gezeten en geleerd, of toch alleszins veel huiswerk gemaakt. Ik heb ook nog een wasje gedraaid (dat is hier letterlijk te nemen met ons voorhistorisch Sovjetwasmachientje) en ’s avonds hebben we belegde broodjes gemaakt, njamie! Kostja, de kleine buurjongen die vaak bij ons te vinden is, liep hier ook de hele dag rond en was zich duidelijk aan het vervelen. Hij is een paar keer binnengekomen en uiteindelijk heb ik zelfs een hartje uit krantenpapier gekregen om bij aan de muur te hangen met mijn verjaardagskaartjes. Och, ’t is zo’n schattig jongentje!
Vandaag (zondag 16/11) zij we wat gaan wandelen om nog eens wat foto’s te trekken. We hadden ons goed aangekleed, want er ligt wel wat sneeuw en het was -17. Geloof me, dat is koud! Gelukkig was er geen snijdende ijselijke wind zoals de dagen ervoor, dus uiteindelijk viel het nog mee en waren enkel mijn handen en mijn gezicht een beetje bevroren. Ook weer interessante dingen ontdekt: wanneer u uw neus snuit in uw zakdoek en deze vervolgens gewoon in uw jaszak steekt, kan diezelfde zakdoek wanneer u hem een tijdje later weer uithaalt wel eens bevroren zijn. We gaan hier toch binnenkort ons experiment met pannen met water in de lucht te gooien eens moeten uitvoeren. De zon schijnt hier wel en de lucht is helderblauw, maar verder is het echt wel vriezen. Niks meer op de wasdraad hangen dus! De sneeuw die hier overal ligt geeft alles echt wel een zeer idyllisch tintje… Benieuwd wat het morgen wordt!
Voila, nu heeft u eens een beeld van een doodgewone week in Irkutsk. We worden ons hier ten andere steeds meer bewust van de weinige tijd die ons nog rest en de vele dingen die we nog willen doen. Over een kleine zes weken ben ik al weer thuis, stel u voor! Time flies when you are having fun!
PS: Die vriestemperaturen hier hebben wel enkele voordelen. Zo kunt ge u soms al schaatsend voortbewegen op het voetpad en als ge vlees wilt verkopen, kunt ge dat toch gewoon ook langs de straat doen, het blijft toch bevroren! Dus zitten er sinds enkele dagen vrouwtjes langs de straat met een emmer vol koeienpoten, of wat koeienpoten uitgestald op een kartonnen doos: te koop. Achja, waarom niet, waarom zou ge een diepvries nodig hebben of een winkel en achja, de occasionele straathond (tja, waar die zich ’s nachts verstoppen, ik weet het niet, maar ze leven nog allemaal) die er eens aan snuffelt, die kunt ge toch gewoon snel wegjagen? Als ge uw was buiten hangt hoeft ge ook al niet meer bang te zijn dat die gaat wegwaaien, want hij vriest gewoon vast aan de draad. Voila, niks dan voordelen dus en die bevroren vingers en neuzen, die nemen we er ook maar bij dan.