Eerst en vooral: de kalkoen van op Thanksgiving was heerlijk! Iedereen (en dat was veel volk) heeft zich er aan te goed kunnen doen en dan nog was er over. Vervolgens werd er nog wat gepraat, de keuken werd weer omgetoverd tot disco (met dank aan de flikkerende hoofdlamp van Nick) en uiteindelijk was het weeral tijd om te gaan slapen. Dit laatste gegeven leverde wel enkele problemen op. Er was namelijk veel meer volk dat wilde blijven dan dat er matrassen waren. Dus werd dat weer slepen met matrassen, van de derde verdieping naar de vijfde nu maar liefst en uiteindelijk werden er dan maar matrassen gedeeld en om 8u ’s morgens waren alle gasten de deur weer uit (de ijzeren wil van de dezjurnaja/conciërge, daar begint ge niks tegen!).
Nu is het hier woensdag, rond de middag en momenteel is het -20, dat belooft. Gisteren had ik al het gevoel dat mijn neus aan het bevriezen was en toen was het maar -16. Bovendien blies er een ijzige wind, dus eigenlijk was het echt niet te doen. Ik denk dat ik vandaag dan maar voor de bankovervallers-look ga: enkel de ogen onbedekt!
De kapper.
Enkele weken terug besloten Hanne en ik ons aan een experiment, getiteld ‘naar de Russische kapper’, te wagen. Het was niet zozeer onze drang naar experimenteren die de bovenhand haalde, maar eerder pure noodzaak; onze wilde lokken moesten gekortwiekt worden.
Na eerst hier en daar wat geïnformeerd te hebben bij Russinnen met aanvaardbare kapsels (u wil niet weten met wat ze hier soms rondlopen), kwamen we tot het besluit dat er zich ‘ergens’ aan de cinema vlakbij ons kot een degelijke kapper zou bevinden. Op een mooie namiddag gingen we op zoek. Het kostte ons inderdaad wat werk, maar uiteindelijk kwamen we terecht in kapsalon “Da Vinci”. Als dat geen fenomenaal resultaat zou opleveren, met zo’n naam!
Kapsalon “Da Vinci” was echter niet enkel een kapsalon, nee er bevond zich daar tevens een zonnebank, een nagelstudio en ge kon er u zelfs professioneel laten opmaken. Er was echter maar één kapster, dus beet Hanne de spits af. Gewapend met een foto uit de Belgische Flair, vertelde ze haar wensen aan de kapster, die er meteen in vloog.
In het kapsalon heerste een zeer gezellige sfeer, zo een beetje van, kom we gaan ons allen mooi maken en verkleden! De nagelspecialiste en haar cliënte moest elk om de beurt hun werk (voor de één nagels vijlen, voor de andere lachen en mooi zijn) staken om hun telefoontjes te kunnen beantwoorden. Vervolgens liet de cliënte de specialiste alle ringtones en liedjes die ze op haar gsm had staan horen. Toch wel lichtelijk enerverend eigenlijk, vooral omdat ze geen enkel liedje helemaal tot het einde liet spelen. Vervolgens begon een van de dames daar (vermoedelijk iemand die daar werkte, al was dat niet zeker), haar wenkbrauwen te epileren voor de spiegel, waarna ze besloot maar eens onder de zonnebank te gaan liggen. Terwijl ik werd ‘gekapt’, kwamen er dan ook nog eens twee vriendinnen binnen, die in afwachting van het bijwerken van hun nagels door de specialiste (die nog steeds bezig was met cliënte nummer 1, tja, die telefoontjes vragen ook tijd natuurlijk) dan maar elkaars nagels begonnen te vijlen. Het valt moeilijk uit te leggen, maar het was heel gezellig daar. Misschien zaten de koude buiten en de warmte binnen er ook voor iets tussen…
Ondanks het feit dat onze haren niet werden gewassen voor ze geknipt werden (ze worden gewoon natgemaakt door er met een soort plantenspuit water op te spuiten), mocht het resultaat er zijn. We waren allebei bang om buiten te komen met een Russische froefroe, u weet wel, heel recht en kort en dik en lelijk, maar we waren allebei meer dan tevreden. Kapsalon “Da Vinci”, Oelitsa Bajkalskaja, Irkutsk, het is een aanrader!
De nachtclub.
Toeval of niet, twee weken nadat Hanne en ik naar de kapper zijn geweest, was er het plan om eens naar een Russische nachtclub te gaan. Het was me de belevenis wel zeg! Samen met een Rus (Sergei) en enkele Russinnen (Tanja, Alena, Dasha) gingen we (Hanne, Nele, Heleen, ik, Nick, Mieke en Kristien) naar nachtclub Panorama. Zij kwamen ons ophalen op de dorm en na wat thee en een stukje chocoladegebak (doen we in België toch ook altijd voor we weggaan, niet waar?) gingen we op pad.
Het plan was (voelt u hem al aankomen?) om met de tram te gaan. Helaas was het al 22u en kwamen er enkel nog trams voorbij die richting stelplaats reden en dus slapedokes gingen doen. Bijgevolg zat er niks anders op dan te voet te gaan. Het was min acht en de voetpaden lagen er spekglad bij, maar wij moesten en zouden in Panorama geraken! We vormden een veiligheidsketting door onze armen in elkaar te haken en zo gingen we door de Russische nacht. Zo’n ketting heeft voordelen en nadelen. Het voordeel is dat we elkaar inderdaad enkele keren gered hebben van een beschamende valpartij. Het nadeel is dat voetpaden wel eens van breedte durven te veranderen en het dan soms wel heel moeilijk wordt om met vier op een rij te lopen. Oja, bij deze ook meteen een pleidooi voor de schoen met dikke zool in koude gebieden! Ik had namelijk mijn all-stars aangedaan, kwestie van toch niet te hard uit de toon te vallen door met lompe bergbottines aan in een nachtclub te verschijnen (en dan nog een Russische), maar ho, de koude trekt echt wel meteen door de bodem van die schoenen heen hoor, terwijl ik met de andere schoenen nog geen moment koude voeten heb gehad. Slechts één leuze is hier dus op zijn plaats: “Leve de bergschoen!”
Na een flinke wandeling kwamen we dan toch aan bij Panorama en na het passeren van achtereenvolgens de kassa, de vestiaire en de metaaldetectors, waren we eindelijk echt binnen. De club was vrij groot en heel fijn ingericht, volgens een thema waarbij er saloons en casino’s aan te pas komen (vermoedelijk dus “Het Wilde Westen”) en waarbij er mensen rondliepen in lange kleedjes en bretellen en cowboyhoeden (niet noodzakelijk alle drie gecombineerd). Er waren twee verschillende zalen en heel veel zeteltjes en stoeltjes en tafeltjes en dergelijke.
De eerste stop in de club, was het toilet, dat verbazend genoeg voor zo’n grote, luxueus ingerichte club, naar aloude Russische gewoonte gewoon een gat in de grond was! Na de sanitaire pauze gingen we onze bankkaart afhalen, een geweldig systeem. Je zet je geld dat je wil spenderen gewoon op een soort bankkaart en per keer dat je iets koopt, gaat daar geld van af. Op het einde van de avond kun je de waarborg voor de kaart en je resterende geld gaan afhalen. Geniaal!
Hierna hebben we ons in wat zeteltjes geïnstalleerd, want we waren er niet meteen happig op om ons onder het dansende volkje te mengen. Dat is enigszins logisch als u zou zien hoe die Russen en Russinnen dansen. De gemiddelde R&B-videoclip kan er nog wat van leren! Ja ja, ze kunnen er wat van; armen en benen worden in de strijd gegooid, er wordt geshaket met heupen en billen dat het geen naam heeft, er wordt aan hekken gehangen, tegen palen aangewreven, kortom, een mens kijkt zijn ogen uit in zo’n club. En dat niet alleen omwillen van de dansstijl, nee nee, ook de kledingstijl is vaak erg excentriek. Sommigen zijn heel chique gekleed, anderen superextravagant en soms waanden we ons zowaar op het Eurovisiesongfestival. En dat laatste ook weer niet alleen door de kleren, maar ook door de muziek. De muziek was gelukkig heel afwisselend en er zaten ook Westerse dingen bij, maar wat ge daar soms de horen kreeg van beats en teksten! Goed, en daar stonden we dan, in onze jeansbroeken, met onze gewone T-shirts en topjes, op onze platte schoenen… Het was alweer duidelijk dat wij buitenlanders waren vermoed ik.
Voor de dansvloer in de grootste zaal was er een podium, waarop zo nu en dan dansdemonstraties werden gegeven. Op een gegeven moment kwam er zelfs een comedy-act à la Comedy Casino, al waren de moppen absoluut niet grappig. Russische humor hé. Aan de andere kant was er een groot balkon dat half over de dansvloer hing, waar er een kooi stond met een paal in het midden. We hadden kunnen weten dat het zou gebeuren, maar groot was onze verbazing toen er op regelmatige tijdstippen een halfnaakte dame verscheen, die tijdens het dansen steeds maar naakter werd en steeds meer stukjes stof verloor. Het schijnt volkomen normaal te zijn in de Russische discotheken en er was niemand die er echt van op keek (buiten wij dan weer). Ja, het contrast met België was weer groot.
Wij amuseerden ons ook wel, door ons volledig te laten gaan en de Russische moves te imiteren en door onze ogen de kost te geven uiteraard. In de andere zaal stond er een paal die in gebruik kon worden genomen door bezoekers (een populaire activiteit) en we hebben even getwijfeld om er ook eens aan te gaan zwieren, maar uiteindelijk hadden we het lef niet (alhoewel ik denk dat Kristien zich er wel aan gewaagd heeft). Het was een hele gezellige avond en uiteindelijk zijn we gelukkig met een taxi weer naar huis gekeerd.
Op naar de volgende disco!
Een zak patatten.
Dan rest er mij nog het verhaal van de zak patatten.
Er was eens een meisje dat moest koken op een koude donderdag, samen met een jongen. Dit meisje was Marie-Laure en de jongen heette Nick. Er werd besloten dat het meisje achter patatten en wortelen zou gaan op de centrale markt en de jongen zou achter worst en erwtjes gaan. Dus donderdag na de les ging ik naar de centrale markt. Ik kocht er een wortel of vijf en vier kilo patatten. De man die mij de patatten verkocht deed ze in een zakje en de wortels stak ik in mijn tas. Ik besloot terug naar de dorm te gaan met de tram, omdat ik dan niet helemaal naar de bushalte moest lopen door de kou.
Ik stapte op de tram en kocht een biljet. Een oude dame vroeg me of dit de halte ‘handelscentrum’ was en voor ik besefte sloeg het noodlot toe. Een Rus passeerde mij. Zijn jas hing open en flapperde achter hem aan. De rits. De rits bleef haperen aan mijn zak met vier kilo patatten. De zak scheurde. De patatten rolden over de vloer van de tram. Alle kanten op. Door de nattigheid en modder van smeltende sneeuw, die de bodem van de tram bedekte. Een deel van de patatten in de zak kon ik nog redden en zette ik op de stoel achter de oudere dame, die mij nog steeds vroeg of ik wist welke halte dit was. Ik zei dat ik het niet wist. De patatten rolden nog steeds rond. Mensen stapten op en één klein zielig meisje probeerde patatten op te rapen, terwijl er nog steeds andere patatten waren die uit de zak, van de stoel, de grond op rolden. Er zat niks anders op dan mijn mooie tas, mijn boekentas zoals dat heet op te offeren en er de vieze, vuile patatten in te steken. De oude dame schoot te hulp, commandeerde mensen dat ze moesten oppassen voor mijn patatten en of ze die eens niet zouden aangeven aan dat arme kind. Er werd geholpen, er werd om patatten heen gelopen en uiteindelijk had ik terug vier kilo patatten in mijn handen, of beter in mijn tas, mijn mooie tas. De schade bleef uiteindelijk gelukkig beperkt omdat ik de echt smerige patatten in de rest van de plastic zak had kunnen wikkelen en zodus werden mijn boeken gespaard. Maar toch, wat een gedoe, wat een schaamte, wat een ellende en amper iemand die hielp. Ik was officieel zielig verklaard en god, wat was ik blij toen ik eindelijk van de tram kon stappen.
Moraal van het verhaal: wanneer u met vier kilo patatten huiswaarts gaat, heb dan altijd een extra zak paraat!