Gepost door: marielaureinrusland | 30 oktober 2008

De wondermooie foto’s van het wondermooie Olchon

Eerst en vooral excuseer voor het spuuglelijke lettertype van het verslag. Ik heb geprobeerd er wat aan te doen maar dit lukte niet. Als iemand weet hoe ik het kan veranderen (HTML, someone?) laat dan gerust iets weten!

Maar goed, les photos! Achtereenvolgens te zien:

- de onderwegfoto’s

- de foto’s van onze verblijfplaats: Nikita’s Homestead, een absolute aanrader!

- de foto’s van onze wandeling naar de ‘postkaartrotsen’ op vrijdag

- de foto’s van onze trip op zaterdag

‘t Geeft een kleine impressie, hopelijk bent u evenzeer onder de indruk als ik was!

Gepost door: marielaureinrusland | 30 oktober 2008

Een spannend weekend weg naar Olchon!

Vorig weekend zijn Hanne, Heleen en ik op weekend gegaan naar Olchon, een eilandje in het Bajkalmeer. Om daar te geraken moesten we bustickets hebben en dus gingen Hanne en ik op dinsdag naar het busstation om eindelijk aan de gegeerde tickets te geraken (eindelijk, want we wilden al een hele tijd naar Olchon, maar op een of andere manier lukte het maar niet om een passend weekend te vinden). De opdracht leek heel eenvoudig: “Drie bustickets naar Olchon, alstublieft”.

Maar hela, hola, dat blijft hier natuurlijk wel Rusland en zo gemakkelijk ging het dus niet. Ahum, wat nu volgt zou ik me graag herinneren als ‘de strijd om te bustickets’. De dame aan het loket in het busstation maakte ons met niet zo veel woorden duidelijk dat naar Olchon gaan niet ging. Ze leek voor weinig rede vatbaar, dus toen zijn we het maar eens aan het ‘infoloket’ gaan vragen. Onderweg daar naar toe zagen we op een kaartje aan de muur dat dé stad op Olchon blijkbaar Choezjir is. De dame aan het infoloket vertelde ons dat naar Olchon gaan geen probleem was. Wij dus terug naar de dame aan het andere loket en gezien de altijd logische Russische logica  (bemerk de ironie in deze zin) bedachten we dat het wel eens zou kunnen dat we “drie bustickets naar Choezjir, alstublieft” zouden moeten zeggen, in plaats van “naar Olchon”. Zo gezegd, zo gedaan, maar we kregen weer nul op rekest. Het klonk zo: “Olchon, njelzja!” (vrij vertaald: Olchon, onmogelijk!). Tja, wat konden we dan nog doen. Nog eens gevraagd aan de mensen in de wachtzaal, niemand wist iets. Terug naar het infoloket, waar ons weer werd verzekerd dat we wel op OIchon konden geraken. Ten einde raad besloten we dan maar zelf onze buschauffeur te gaan zoeken en we gingen de koude terug in en we begonnen rond te vragen bij de buschauffeurs zelf. We hadden al ontdekt dat de bus naar Olchon van platform vijf zou vertrekken, maar daar was er geen bus te bespeuren. Uiteindelijk werden we door een vriendelijke Rus met een tof mutsken op doorverwezen naar een ander busstation, iets verder op in de straat. Daar aangekomen hadden we al door dat we daar helemaal niet moesten zijn, maar vragen kan nooit kwaad. De dame achter het loket daar (ja, er zijn veel loketten en nog meer dames in Rusland!) stuurde ons terug naar het gebouw waar we vandaan kwamen. U kent dat wel van dat kastje en die muur zeker…

Soit, om een lang verhaal kort te maken, op terugweg naar het andere gebouw deden we nog een klapken met iemand die later Aleksander bleek te heten (uitleg volgt) en zijn maat (beiden buschauffeurs), die lachten dat ze met ons wel voor een roebel of acht naar Olchon wilden rijden om dan daar het weekend met ons door te brengen. Nee, bedankt. Tussendoor pleegden we ook nog wat telefoontjes naar Olchon, maar ik ga u daar de details van besparen, anders wordt dit verhaal veel te lang! In het andere gebouw was er ondertussen een tweede loket opengegaan en we besloten daar eens te proberen. Geheel op zijn Russisch vroeg ik dan maar redelijk nors, geïrriteerd en onvriendelijk “of madame ons misschien kon uitleggen hoe we op Olchon konden geraken?” (als ik op het Russische woord voor ‘in godsnaam’ had kunnen komen, was het “hoe we in godsnaam op Olchon konden geraken?” geweest!).  De dame greep kordaat een stuk papier beet, waarop ze prompt het Bajkalmeer en een eilandje tekende. Met de balpen in de aanslag wees ze ons er op dat het toeristisch seizoen gedaan was en dat we dus enkel tot aan de rand van het meer konden geraken met een busje, waarna we zelf onze plan zouden moeten trekken en een boot zouden moeten regelen tot Olchon. Ok dan, dat konden ze ons niet van in het begin gezegd hebben hé? Goed, kom maar op met die tickets, wij moesten en zouden naar dat eiland! En zo kregen we dus uiteindelijk onze tickets. Maar we waren nog niet op Olchon…

Op vrijdag stonden Hanne en ik al vroeg gepakt en gezakt klaar voor de deur van de dorm. Het thermisch ondergoed was aangetrokken, de mutsen en handschoenen waren binnen handbereik, een rugzak vol eten deed onze ruggen afzien, maar wij waren er klaar voor! Heleen en haar Russische papa kwamen ons ophalen. Maar ze hadden file. Dus onze bestandheid tegen de koude (gezien de laagjes en het thermisch ondergoed) werd al meteen is goed getest in Irkutsk. Uiteindelijk raakten ze er toch door en werden we afgezet aan het busstation. Na enige tijd kwam het busje eraan en we nestelden ons op de achterbank. Met onze rugzakken. Met onze handschoenen en jassen aan (’t was iets van -8 buiten, dusja). Met Heleen haar twee zakken vol eten. Het was krap en we zaten erg gewrongen, zo zou de negativist zeggen. Het was knusjes en gezellig, zo zou de optimist zeggen. Ik zou zeggen dat het iets van beide was. Bovendien zat mijn oor zowat geplakt op de luidsprekers van de marsjroetka, waar vrolijke, maar vooral erg luide Russische (pop)muziek uitkwam. Dat beloofde. Gelukkig zette de chauffeur de luidsprekers vanachter in het busje af van zodra hij vertrok. En ja, we waren vertrokken. Na een kleine twee uur stopten we om iets te eten. Heleen had het lef om de wc’s (lees: een gat in de grond, omhuld door was bakstenen en hout) uit te testen, ik en Hanne waren al lang blij dat dat voor ons nog niet nodig was. Na deze stop kregen we wat meer plaats op de achterbank aangezien er mensen uitstapten. Goh, dat deed deugd! We waren zelfs in staat om op geïmproviseerde wijze te genieten van de gekookte patatjes die de Russische ouders van Heleen hadden klaargemaakt. En de sfeer zat er in hoor!

Uiteindelijk waande ik me terug in Namibië. Jaja, er is een gelijkenis! De steppe lijkt best wel op de savanne en er kwam ook een einde aan de asfaltwegen en het werd hotsen en botsen in de auto. Na een hoop omwegen om andere mensen op te halen kwamen we uiteindelijk aan bij het schip. De buschauffeur stopte en begon te roepen dat we snel moesten lopen en ons moesten haasten omdat de boot zou vertrekken. Dit deden we dan ook, wij zijn brave meisjes.

Eenmaal op de boot stonden we daar zeer toeristisch en dom rond te kijken. Even een situatieschets: wij waren de enige passagiers die te voet op de boot waren beland. Het was een soort overzetboot en de andere mensen zaten gezellig en vooral warm en uit de wind in hun auto’s. De wind waaide onvoorstelbaar hard, die mutsen schenen echt van onze hoofden te moeten en het water was erg wild, het leek wel de zee op een stormachtige dag. Daar stonden we dan. Westers als we zijn waren we al wat ‘bang’ omdat we geen tickets of niks hadden, maar we zijn in Rusland dus dit was geen probleem! De kapitein en zijn maatjes vroegen ons mee te komen in de stuurhut. Ja, allemaal goed en wel, maar het was daar dus vrij druk: de kapitein en zijn 5 makkers (wat hun precieze functie was buiten het vastmaken van touwen in de ‘haven’, geen idee… vermoedelijk waren het professionele vodkadrinkers) en wij dan nog eens.

Het probleem was dat de boot heel erg heen en weer schommelde en dat zowat alles in de cabine een functie had. Overal waren er knopjes, hendels en touwen. Uiteindelijk vonden we alle drie een plekje waar we min of meer stabiel stonden en waar we ons konden vasthouden. De mannen begonnen wat met ons te praten en uiteindelijk volgde de onvermijdelijke vraag of we soms niet wat vodka wilden hebben. We zeiden beleefd nee, alhoewel Hanne opmerkte dat we door het drinken van wat vodka wellicht beter bestand zouden zijn tegen het ‘waggelen van de boot’. Hierna begon – laten we hem – Pjotr – noemen – zijn makkers, die duidelijk al genoeg vodka hadden gedronken die dag, aan te sporen om ons toch een klein glaasje in te schenken, wat deze dan toch gelukkig weigerden. Plots ging er een alarm af. De mannen begonnen te lachen en te zeggen dat er brand was. Wat bleek? Vermoedelijk Heleen had ergens fout tegen geleund en zo had ze dus het brandalarm doen afgaan. Het eiland kwam steeds dichter (het was vlakbij) en de mannen vroegen wat onze plannen waren eenmaal we daar aankwamen. Tja, aangezien er geen bussen meer waren die rechtstreeks van Irkutsk naar Choezjir reden (including boot!) was er niet echt een plan. Hopen dat er bussen reden op het eiland, dat was het plan. Maar goed, de mannen boden ons aan (hm, ‘boden ons aan’ klinkt wel heel beleefd en formeel in deze context… het was meer dat ze ons wilden overtuigen om mee te gaan) om mee met hen in de banja te gaan zitten en, alweer vrij vertaald, ‘lekker te stomen’. Nogmaals, nee bedankt.

Toen we van de boot en op het eiland waren bleken er nergens busjes te bespeuren. Niet getreurd, in blijf het tot in den treure herhalen, dit is Rusland en hier is veel mogelijk (er is waarschijnlijk minstens evenveel niet mogelijk, of minstens evenveel waarvoor ge 100-den stempels nodig hebt, maar goed). We ondernamen een liftpoging bij de aurto’s die van de boot reden en uiteindelijk mochten we meerijden in een bordeaux Lada, samen met een jong koppel dat op Olchon woonde. Chance, want er waren niet erg veel auto’s die van de boot reden. Daar zaten we dan weer alle drie gezellige samen op de achterbank van de mini-Lada en Hanne en Heleen zaten zowat met hun hoofd tegen het plafond en bij elke put of hobbel in de weg (ook hier geen asfalt, maar zand/aardewegen) vlogen we omhoog. Na een van de ergste putten die er getrotseerd werd glimlachte onze chaufeeur verontschuldigend terwijl hij de ontsterfelijke woorden “Russian dorogi” (Russische wegen!) uitsprak. Het was knus, het was gezellig en deze mensen zetten ons aan de deur af bij Nikita’s Homestead, onze uitvalsbasis a.k.a. verblijfplaats op Olchon.

Daar aangekomen werden we meteen verwelkomd en kregen we onze kamer. Nadat we ons daar net waren beginnen te installeren kwam de dame van de receptie vragen of we soms een andere, warmere kamer wilden. We mochten eens gaan kijken, en waaw, dit was echt wel een mooiere, betere, warmere en vooral grotere kamer. De knoop was dus snel doorgehakt en we verhuisden. Het was heel schoon ingericht, een beetje primitief  (bekijk de lavabo constructie eens op de foto’s) en de wc bevond zich op het benedenverdiep, terwijl wij op de bovenverdieping sliepen, maar het was fantastisch en het wekte een geweldig vakantiegevoel in me/ons op.

Na het ‘ons-eigen-maken-van-de-kamer’, alsook het ‘opeten-van-alle-lekkere-dingen-die-Heleen-haar-Russische-ouders-voor-haar/ons-klaarmaakten’, vertrokken we voor een wandeling om de buurt eens te verkennen. We kregen meteen het gezelschap van twee herdershonden die ons gedurende de hele wandeling hebben vergezeld en nu eens voor ons en dan weer eens achter ons liepen, dit natuurlijk zeer tot ongenoegen van Hanne. We wandelden tot aan een prachtige rots, die we in Irkutsk al vaak op postkaartjes hadden zien staan en de schoonheid van het landschap, van het Bajkalmeer en de lucht waren gewoon overweldigend. De wind in onze haren en tussen onze sjaals door en het schitterende decor maakten dat we ons supervrolijk en vooral heel erg uitgelaten voelden, goh we hebben er zo hard van genoten van die wandeling!

Na het natuurschoon wandelden we nog even in het dorpje, zeer pittoresk allemaal, koeien die over de weglopen, auto- en buswrakken, kinderen die op een bevroren ijsplas speelden… Onze geesten kwamen tot rust. Ahum. Na de wandeling installeerden we ons in de eetzaal, waar we genoten van een tasje thee, dat we eerst per ongeluk met meel aanvulden, wat melk moest voorstellen, maar waarvan wij dachten dat het suiker was. Volgt u nog? Terwijl we daar zaten te wachten tot het tijd was voor het avondeten begon er een man op de piano te spelen. Hij liet de piano openstaan wanneer hij gedaan had en vervolgens besloot Heleen ook een aireken weg te geven. Vervolgens kwam er wat meer volk binnen in de eetzaal en werd het avondeten opgediend. Het moet gezegd, het was zeer lekker. Het dessert was applecrumble, we dronken er een tasje thee bij, de kachel brandde, gezelligheid troef dus!

Later op de avond werd er weer piano gespeeld, ditmaal door een andere man, echt een fijn bompa-type. Hij vroeg wie van ons er piano speelde, waarop Heleen toegaf en nogmaals achter de piano ging zitten. Ze speelde echt schitterend (ondanks de blijkbaar moeilijk handelbare piano), ik weet niet wat het was, iets klassieks, voor meer info zult u zich moeten wenden tot ons Van den Bosch zelve… De oude man stond er bewonderend naar te kijken en zei tegen Nikita dat dat nog al eens iets was en dat het zo was dat het moest. Ja ja, hij was er van gepakt! Nadat Heleen stopte met spelen kwam de man naar onze tafel toe en zei ons dat we moesten blijven zitten en niet mochten weggaan en dat hij direct zou terugkomen. Dat deed hij ook, vergezeld van een accordeon en een gitaar. Hierna begon hij accordeon te spelen en de Russen aan de tafel achter ons, die heftig in de vodka en de citroenen waren gevlogen, begonnen mee te zingen. Het was zo … tja, Russisch! Haha en die man steeds maar in ’t Engels, aangezien het een internationaal gezelschap was; “Imagine… you are in Georgia” en “Imagine… you are in Tjadzjikistan”, waarna hij een lied uit dat land begon te spelen. Echt, het was zo gezellig en zo sfeervol, zeker toen de ene Rus, al lichtelijk boven zijn theewater, een Italiaanse vastgreep en er een danske mee placeerde, wat ’n avond!

Ja, een internationaal gezelschap, dat heeft u goed gelezen. Rond 21u kwamen er namelijk nog vier mensen binnen, twee vrouwen en twee mannen. Van één gast zeiden Heleen en ik al meteen van, “ja, dat is zo hard nen Hollander!”, maar later hoorden we dat ze allemaal Engels praatten en aangezien het een gezelschap was gingen we er maar vanuit dat we ons vergist hadden. Een tijd later, kwam die gast achter thee en passeerde hij dus aan onze tafel. Hij kwam naar ons toe en zei met een onvervalst Hollands accent: “Ha, ik dacht al dat jullie ook Nederlanders waren”, waarop wij enigszins verontwaardigd antwoordden dat we Belgen waren. Ha, hadden we het niet gezegd! Hij bleek David te heten en vroeg ons of we geen zin hadden om bij hen aan tafel te aan zitten. Nou en of! We gingen bij hen aan tafel zitten en daar maakten we kennis met Anna, een Zweedse die accentloos Brits Engels sprak, waardoor we haar eerst indeelden bij de Britten, waarop zij quasibeledigd reageerde dat ze niet dacht dat ze er als een Britse uitzag. Er zat ook nog een Spaans koppel van Barcelona aan de tafel, waarvan ik me de namen niet meer herinner. We zaten er een tijdje mee te praten, dronken thee bij sloten, het kacheltje brandde nog steeds, de kat kwam er bij liggen, de Russen raakten steeds meer in de wind en af en toe greep iemand de gitaar en begon wat te spelen. Een schitterende, geweldige avond!

Maar aan alle mooie liedjes komt een eind en het werd tijd om te gaan slapen. Voor zaterdag hadden we immers een toer gereserveerd naar de Noordkant van het eiland. In onze kamer was het niet heel warm, maar onder de dekens was het best wel aangenaam. Ik lag dan ook al snel in slaap.

Na een nachtje in dromenland werd ik na een paar keer ‘snoozen’ wakker en groot was mijn verbazing toen ik zag dat Hanne en Heleen in het zelfde bed lagen. Nu moet er gezegd worden dat het brede, grote bedden waren, waarin we er blijkbaar als kleine kindjes uitzagen, maar toch. Ik ging er van uit dat dit omwille van de koude was, maar dat bleek niet zo te zijn. Blijkbaar was er ’s nachts een knagend, kruipend, ritselend geluid te horen naast Heleen haar bed (ze sliep naast de muur) en dat was niet zo fijn (begrijpelijk) en dit riep zekere angsten op (ook begrijpelijk) en vandaar waren ze maar bij elkaar gekropen.

Na een heerlijk ontbijt (gebakken eitjes, pap en pannenkoekjes met confituur) waren we klaar voor onze tocht. David, de Hollander kwam ook mee en daarnaast waren er nog een Frans (v) – Duits (m) koppel, die 7 maanden met een camper door Australië waren getrokken en nu via Azië, Mongolië en Rusland weer op weg waren richting Europa en er was ook een Ier mee, waarvan later bleek dat het eigenlijk een Zuid-Afrikaan was met een Iers paspoort. Het was aangenaam gezelschap dat veel te vertellen had en zo gingen we op weg met ons busje en de fijne chauffeur, kok en gids, verenigd in de persoon van een hele fijne Rus van rond de 50 die ons van alle wetenswaardigheden van het eiland op de hoogte bracht. Dit allemaal in het Russisch waardoor wij drie (en Alan, de Ier/Zuid-Afrikaan ook een beetje, hij had 11 weken in Odessa gezeten op taalcursus voor hij vertrok met de Trans-siberische) fungeerden als tolk, best plezant eigenlijk.

De tour toonde ons de mooiste kant van het eiland, met prachtige rotsen, het meer, de bergen aan de overkant, de steppen op het eiland, de grote leegte, de bossen (met een wolf die op de terugweg voor de auto de weg oversprong en dan in het bos verdween, maar die ik helaas niet gezien heb) en veel meer natuurschoon. Aan de rand van het Bajkalmeer, waar het water tegen de rotsen/strand slaat waren er zelfs al dingen bevroren en waren er rare ijsstalagmietconstructies te zien, mooi ende fascinerend! We stopten ook bij enkele ‘palen met sjalen rond’, merktekens van de sjamanen op het eiland. Het eiland is zowel een heilige plaats voor de sjamanisten als voor de boeddhisten blijkbaar en er schijnt een hele positieve energie te zijn. Zelfs wij wisten er van!  Haha, zo’n fantastisch weekend als het was, het kan niet anders of er was positieve energie van de sjamanisten, boeddhisten of whatever mee gemengd!

Tegen de middag dropte de chauffeur ons ergens aan de voet van een heuvel en vertelde ons dat we tot op de klif konden wandelen en dan langs een lager gelegen pad weer terug afdalen. Hij ging met het busje wat verderop staan en ons middagmaal bereiden. We klommen de rotsen op, waar een ontwrichtende, snijdende wind blies, die je bijna in evenwicht hield als je je liet vallen, we genoten van het landschap, leefden ons uit, waaiden uit, hadden het over erg lugubere dingen die tegelijk heel erg schoon kunnen zijn en zo voort en zo verder. Yes, sir, we felt the energy!

Toen we ons busje terug vonden (en gelukkig maar) was er een kampvuur aangestoken, de theepot hing erboven, de tafel was gezet en de soep was warm. We genoten van de soep (zelfs ik, een klein beetje dan toch, ’t was niet heerlijk, maar het was warm en dat was goed genoeg), de broodjes met kaas en uiteindelijk van een tasje thee met koekjes.

Uiteindelijk was het tijd om onze tocht verder te zetten. We trokken naar een speciale plek, alweer aan de rand van het eiland aan het Bajkalmeer, waar je wensen kon doen met betrekking tot de liefde,  wat volgens onze gids zeker voor jonge mensen van belang was. We klommen, liepen, sprongen, maakten foto’s, wensten en stapten het busje weer in.

Onze laatste halte was een strandje bij een van de dorpjes op het eiland. Er was niet echt veel te zien, maar ik nam er wat steentjes mee (kleintjes, want in december mag er maar 20kg mee weer terug naar huis, helaas!) en we trokken er wat foto’s. Toen ontdekten we een redelijk grote vijver die helemaal dichtgevroren was. We smeten er stenen op met al onze kracht, maar het ijs wilde maar niet breken. Bijgevolg werd er lustig op los ‘geschaatst’ en acrobatisch gedaan en waw, het was geweldig. De frisse lucht, de wind en gewoon op een vijver lopen!

Hierna was het tijd om weer naar Nikita’s terug te keren. Op de terugweg kwamen we nog een wolf tegen en na een wel heel hobbelige, wiebelige rit kwamen we aan. We dronken nog een tasje thee met de Fransman, de Duitser en de Ier/Zuid-Afrikaan (het lijkt wel het begin van een mop!) en wat later stormde den Hollander terug binnen. Hij was al de hele dag (én de vorige avond) aan het praten over een duik nemen in het Bajkalmeer en blijkbaar was het moment aangebroken. Ik besloot mee te gaan om te kijken of hij en de Zweedse, die niet wou onderdoen, dit zouden overleven en uiteindelijk kwam het er op neer dat het Spaanse koppel van de vorige avond, ik, Heleen, de Fransman, de Duitse en de Ier/Zuid-Afrikaan meegingen en op de duik stonden te kijken. Het was echt grappig om te zien; iedereen dik aangekleed met mutsen op, wanten en bergschoenen aan wilde foto’s maken van de twee gekken die daar in bikini en in zwembroek, elk om beurt, het water in renden. Het zag er verschrikkelijk koud uit, maar we hadden een plekje gevonden uit de wind (waarvoor er helaas wel een zowat verticale rotswand moest worden afgedaald) en daar gingen ze! Het werkte inspirerend, want prompt besloot de Spanjaard dat hij ook eens in dat machtige meer kopje onder moest gegaan zijn en hij speelde zijn kleren uit en rende in zijn onderbroek het water in.

Na deze memorabele gebeurtenissen, die druk op gevoelige plaat werden vastgelegd, was de zon bijna onder en we gingen weer terug naar onze kamer. We zaten even te praten en al gauw kwam Nikita’s kloppen om onze haard aan te steken, wat we eerder hadden gevraagd. Hij maakte een vuurtje en zette zich nog even om wat te babbelen met ons. Hij vroeg of we Kanakna kenden. Ja, natuurlijk, het productiehuis van ‘Peking Express’. Het bleek dat hij heel goed bevriend was met de baas van Kanakna en hij wist dus wel wat over België. Blijkbaar is de Spaanse versie van Peking Express ook langs geweest op het eiland.

Nadat we nog wat rond ons vuurtje hadden gezeten en wat gepraat hadden was het alweer tijd om te gaan eten. Deze avond was er iets minder ambiance dan de avond ervoor, maar het was toch nog steeds heel gezellig. Toen we weer terug op onze kamer kwamen was de haard nog steeds aan het gloeiend en nadat ik er nog ene houtblok op drie had opgesmeten brandde hij weer volop. Zalig, die heerlijke warmte in de kamer terwijl het buiten vrij koud was (maar volgens Heleen viel het ’s nachts nog mee)!  Na nog wat gepraat te hebben en nadat we tot een besluit waren gekomen over het uur van opstaan (de bus terug naar Irkutsk – rechtreeks, including boot en al! – vertrok de volgende morgen om 9u en we moesten alles nog inpakken) gingen we slapen in ons knusse coconnetje.

De volgende morgen ging de wekker eenmaal af en daarna niet meer. Ik schoot wakker om kwart voor acht, een kwartier nadat we normaal gingen opstaan. Ik probeerde het met een voorzichtig “is er al iemand wakker?” maar er bleken drastischer middelen nodig. Dit werd de lichtknop. Na deze kwelling was iedereen wakker, begonnen we in te pakken en om half negen stonden we in compleet tenue, met rugzak en al (en ditmaal twee lege zakken bij Heleen, aangezien al het eten op was) klaar om te ontbijten en vervolgens de bus op te stappen.

Theoretisch gezien dan toch. In de praktijk lag dit toch iets anders. Nikita vroeg ons of we wisten dat die nacht het uur veranderd was. Het was dus nog maar half acht. Oeps. Het ontbijt begon pas om acht uur. Wij wilden alweer afdruipen naar onze kamer (ho, als dit geen teken van hogerhand was dat we nog langer op deze toffe plek mochten blijven, dan weet ik het ook niet meer!) maar Nikita zei dat we wel in de eetzaal konden gaan zitten en daar warmden we ons dan maar aan een tas thee.

Uiteindelijk werd het dan toch 9u en we installeerden ons op het busje. Dit keer was het net iets comfortabeler: we zaten niet op de achterbank, hadden wat meer plaats en konden onze rugzakken op de grond zetten. In volle vaart raceten we weer het eiland over, op de verschrikkelijke wegen en na een halfuur wachten aan de boot bereikten we het vasteland terug. We reden aan een stuk door verder, met het gekwetter en gekweel van de vier Russische trienen op de achterbank voortdurend in onze oren. We stopten op ongeveer dezelfde plek als we op de heenweg waren gestopt.

Daar aten we wat, testten de wc’s nog eens uit (tenminste Hanne en Heleen deden dit) en moesten we vooral vrij lang wachten tot er weer beweging kwam in de chauffeur en schot in de zaak… Er kwam een dame op ons af die vroeg waar de chauffeur was. We wezen hem aan en ze ging iets vragen aan hem. Vervolgens kwam ze weer bij ons staan, maakte een praatje en zei iets over een bomma en een bompa die verderop stonden en die mee moesten met ons en iets over het feit dat ze dacht dat er nog drie plaatsen over waren, maar dat het er nu maar twee meer waren en een wel zeer cryptische zin over ‘iemand bij de hand houden’. Voor de Russisch-sprekenden onder u, “djerzjat na roekoe”. Allemaal goed en wel, de deuren van de marsjroetka gaan weer open, bomma en bompa raken geïnstalleerd en toen kwam de aap uit de mouw: de vriendelijke mevrouw moest ook nog mee! En omdat te kunnen verwezenlijken moest ik op haar schoot gaan zitten. Bij deze leerden wij dus dat ‘iemand bij de hand houden’ in het Russisch ook nog wel eens wil zeggen ‘iemand op de schoot houden’. Ik ging dan maar op de dame haar schoot zitten, het is niet dat ik een keuze had en we vertrokken. Op de zetel tegenover mij zat een jongen en hij bood aan dat we die stoel anders wel konden delen, dan zat ik wat comfortabeler. Voor even toch. Ik zat op een bil, in plaats van op twee, dus ik zat half op de stoel en half ernaast. Bompa zijn knieën hielden me tegen langs de ene kant en langs de andere kant zat ik half op een zetel. De jongen begon wat met mij te praten, maar god, hij was echt onverstaanbaar. A) hij mompelde, B) hij sprak veel te stil. Hij kwam uit Oezbekistan en was op reis door Rusland. Vervolgens begon hij allerlei financiële vragen stellen als; ‘Hoeveel studiegeld krijgen jullie in België’ en ‘Wat is het gemiddelde pensioen in België’ en dergelijke meer, waar ik dus helaas geen antwoord kon op geven. Vervolgens begon ook de ‘schoot-dame’ te praten, bleek dat zij en bomma en bompa uit Ulan-Ude kwamen en weer onderweg waren naar daar.

Daarna begon bomma met mij te praten. Het begon met haar kleinkinderen en het eindigde bij Karl Marx en de Chinese economie. Bompa had heel ‘Das Kapital’ van Marx gelezen, en of ik wel wist hoelang Marx aan dat boek had gewerkt, aan één boek hé en of ik wel wist wat voor ne slimme mens dat dat was en hoeveel geweldige theorieën, die wel niet had geponeerd. En goh, China, niet moeilijk met twee miljard mensen, dat die de grootste en bestdraaiende economie hadden en ja, probeert dat maar is te voeden, al die twee miljard mensen! Ja, het was best boeiend. Maar toen begon bompa er zich nog eens mee te moeien, maar bompa die had geen tanden, dus van wat bompa mij allemaal te vertellen had, ik weet niet, ik begreep er geen jota van!

Uiteindelijk kwamen we aan in Irkutsk, het laatste deel van de rit was wel erg pijnlijk. Auwtch. Stretching was noodzakelijk. We namen afscheid van bomma, bompa, mevrouw en Oezbeekje. Vervolgens namen we de tram terug naar de dorm. Op de tram kwam er alweer een bommaatje naast me zitten. Zij begon over “en in de Sovjet-tijd…” en dit naar aanleiding van de controleur van de ticketjes en dat “tegenwoordig alles om geld draait en niks nog voor niks” en over Wereldoorlog II en de Duitsers en dat de Amerikanen waren gekomen en dat zij alles hadden afgepakt, alles en “wat hebben we in de plaats gekregen? Wat hebben we in de plaats gekregen? WAT is er daarvoor in de plaats gekomen???” – grote, lange pauze – “Dronkenschap en alcoholisme!”. Dat was het laatste wat ze me kon zeggen, want dan moesten we beiden van de tram, ze wenste me alle geluk en ze verdween in de massa.

Terug in de dorm binnenstappen was toch weer een beetje als thuiskomen. Er barstte ook bijna meteen een feestje los omdat Anna, de assistente van de decaan, ook in onze dorm was ingetrokken. Ze bracht vodka mee, augurken, hasp, salami en chips. Feesten op zijn Russisch dus. Het ging zo een hele avond door, het was fijn en gezellig en het was het perfecte einde van een fantastisch weekend! Een sloom einde voor zulk een vertelling als hier boven, maar goed, ik zal maar zeggen dat dit dan het gevoel verbeeldt dat wij hadden aan het einde van dit weekend. Moe, sloom, lui, maar absoluut voldaan!

 

P.S.: Wat ‘den Aleksander’, den buschauffeur betreft: later die middag zijn Hanne en ik ook nog op tocht gegaan richting treinstation om informatie in te winnen om naar Mongolië te gaan (alweer: uitleg volgt!), maar gezien de prijs, die ons redelijk, maar voor Russische normen toch hoog leek (3200 roebel enkel pp, zo zeiden ze ons, achteraf bleek het 2990 roebel te zijn), besloten we nog eens terug te gaan naar het busstation (ja, er is veel op en neer geloop geweest die namiddag) om te horen of er niks te regelen viel. We dachten meteen aan onze Aleksander en die man bleek wel geïnteresseerd om ons in een minibusje naar Ulan Baator te brengen, zeker nadat hij hoorde met hoeveel personen we vermoedelijk zouden zijn. Hij vroeg ons echter om de volgende dag terug te komen omdat hij dan de prijs zou kunnen zeggen. De volgende dag (woensdag) gingen Hanne en ik terug, maar Meneer was nergens te vinden. Vervolgens belde ik hem en na een erg verwarrende conversatie (hij was redelijk onverstaanbaar en onderhandelen via de telefoon is echt een rotklus!) kwam hij toch naar het busstation afgezakt. Maar helaas, in tegenstelling tot wat wij gedacht hadden was het niet goedkoper om in Mongolië te geraken met een busje en bleek de trein de goedkoopste oplossing. Tja, en dat is het wat het hoofdstuk ‘Aleksander den buschauffeur betreft’.

Gepost door: marielaureinrusland | 27 oktober 2008

Wat een weekend!

Momenteel heerst er hier weer een acuut tijdtekort (als in: het is al kwart voor zes en ik moet nog de bus terugnemen naar de dorm, een opstel schrijven met als titel ‘Elk mens heeft zijn lot’, ik moet nog een verhaal uitlezen, nog een biografisch werkje maken over Raspoetin, de genitief nakijken voor Pools en de oefeningen oplossen én nog enkele Poolse tongtwisters van buiten leren – zo ik hoop dat dat tijdtekort bij deze verklaard is?) daarom bij deze enkel de belofte van een uitgebreid verslag over een fantastisch weekend.

Hoe komt dat nu dat het weekend zo fantastisch was? Wel, Hanne, Heleen en ik hebben een uitstapje gemaakt naar Olchon, een eiland in het Bajkalmeer. Voor de geïnteresseerden en voor de niet-geïnteresseerden (wat me zou verbazen, u bent tenslotte tot hier gesurft!), een kaartje:

Irkutsk en Olchon (Choezjir)

Let op de kleine rode cirkeltjes: Irkutsk en Olchon (Choezjir)

Het was al een avontuur om er te geraken (bus, boot, auto), vervolgens hebben we er ons echt te pletter geamuseerd (gekke foto’s maken, overweldigende natuur en positieve ‘energiestromen’ voelen, muziek maken met Russen, de haard brandende houden zonder al de rest in brand te steken, anderen die zo gek zijn een duik te nemen in het meer gade te slaan, thee drinken, vriendelijke mensen en zowat half West-Europa zat er verzameld – Hollanders ook, of wat dacht u) en uiteindelijk zijn we zelfs nog heelhuids teruggekeerd. Inderdaad, een hele prestatie!

Nadat we dan zonder gebroken botten en met alle lichaamsdelen nog op de juiste plaats terug aankwamen in de dorm, werd er zowaar weer een feestje georganiseerd. ‘Ons Anna’, de assistente van de decaan, reddende engel en soms ook wel eens dom, verstrooid wicht, is namelijk ook ingetrokken in de dorm. Een paar verdiepingen lager en ze heeft haar eigen kamer, maar toch reden genoeg tot feest! Er werd nog maar eens vodka aangevoerd (het ging hier om een Russin), er werden potten augurken opgetrokken, alsook zakken chips, doosjes koeken en pakjes hesp en dan was het begin van een klein, bescheiden feestje dat op een schappelijk uur geëindigd is. Ik zeg het, het is hier wreed plezant.

Tot zover enkele amuses-bouches om u allen te laten watertanden en hopelijk kijkt u uit naar het volledige verslag, dat dinsdag of woensdag hier ter plekke zal verschijnen…

Gepost door: marielaureinrusland | 20 oktober 2008

Het sneeuwt! (for real, yeah!)

Het heeft hier al de godganse namiddag gesneeuwd. Echte, volle vlokken. Ze blijven alleen niet liggen, maar geloof me, dat komt nog wel! Onze ‘juf’ van Pools deelde ons vandaag ook mee dat er deze week ’s nachts temperaturen tot -17 verwachten worden. Mijn handdoek was vanmorgen al bevroren van een nacht op de wasdraad te hangen. Het ziet er maar belachelijk uit zo nen bevroren handdoek!

Op mijn verjaardag heeft het dus helaas niet gesneeuwd. Bedankt aan iedereen die meeduimde en ook bedankt aan iedereen die mailde/facebookte of zich nog eens naar een postkantoor heeft begeven! Een verslag over het feestje volgt ook nog. Maar ik loop al achter. Huiswerk slorpt hier te veel tijd om naar mijn goesting.

Maar we gaan daartegen rebelleren! Dit weekend gaan we naar Olchon (eiland in Bajkal) en het weekend, wat zeg ik, bijna de hele week daarachter plannen we van naar Mongolië te gaan (zaterdag tot donderdag). Dit vraagt om een ‘WIHI !!’.  Mijn dag is goed, mijn dag is geweldig en ik hoop dat het bij u van hetzelfde is, teerbeminde lezer!

Tot gauw!

Gepost door: marielaureinrusland | 20 oktober 2008

Waarom u beter niet gaat kamperen bij min twee (en durf niet te lachen!)

Enige weekends geleden (van 11-12 oktober) besloten Hanne en ik voor het avontuur te kiezen en mee te gaan kamperen met Jeremy, Martin en Nick. Het verhaal begint dus ongeveer zo: “Er waren eens een Canadees, een Duitser, een Australiër en twee Belgische meisjes…”. Hoe het verder gaat leest u hieronder.

Op vrijdagavond werd er al druk gepalaverd over de kampeerplannen, maar de uitkomst van de avond was het hier ondertussen al bekende “we zullen nog zien”. De volgende morgen rolden Hanne en ik tegen 10u ons bed uit en wat bleek: onze vrienden waren al druk aan het pakken. Wat er al allemaal in hun supersonische, compacte en aerodynamische rugzakken verdwenen was, geen idee, maar ze zaten alleszins al bijna vol. En dan moesten wij nog maar beginnen met pakken! En in wat voor rugzakskens! Maar wij bleven niet bij de pakken zitten. De kast werd leeggehaald en algauw verscheen er een grote stapel warme kleren op onze bedden. Het zou koud worden en we zouden er op voorzien zijn. Een wiskundig probleem stelde zich vrijwel onmiddellijk bij de vergelijking van de massa kleren en de grootte van onze rugzakken. Onze rugzakken zijn hier namelijk: een Eastpak en een Jansport (neen, ik word niet gesponsord). Het was proppen, trekken en duwen tegelijk, maar uiteindelijk pasten én ons thermisch ondergoed én onze fleecepullen én onze sjaal én muts én handschoenen én extra t-shirts én skijas allemaal in onze rugzak. Ja, we stonden er zelf ook van te kijken! (Nogmaals, ik word niet gesponsord.)

Hierna rees een tweede probleem. Hanne en ik hebben hier namelijk geen slaapzak en laat dat nu net zowat het meeste handige voorwerp voor een trektocht in de woeste Russische natuur zijn (naast wat vodka zo hier en daar). De oplossing hiervoor diende zich aan in de vorm van 2 dekens die we even ‘geleend’ hebben van de obsjesjitie. Maar het probleem was dus het transport van deze 2 dekentjes. Onze rugzakken stonden zo ongeveer op springen (van enige aerodynamiek was al lang geen sprake meer) en ja, we konden de dekens moeilijk rond ons wikkelen. Na enig denkwerk staken we de dekens in een soort schoudertas die groot genoeg bleek. Het woog het een en het ander, maar we moesten toch iets hebben om ons te wapenen tegen de koude daar in die tent!

Ondertussen waren onze drie reisgenoten al naar de winkel vertrokken. Toen wij ook die kant opgingen, kwamen zij net terug. Pech voor ons want voor het inslaan van de proviand hadden we gehoopt dat we hen gewoon stiekem konden kopiëren en zo onze onkunde in het ‘wildkamperen’ te verbergen, maar te laat dus. Wij met zijn tweeën dan maar op weg naar de winkel. Daar aangekomen kochten we (naar aloude festivaltraditie) dan maar twee potjes noedels, twee flessen water, een flesje vodka, een zakje koekjes, een tablet chocolade, een blok kaas, een pakje salami, twee zakjes croissants en een doos sap (dat qua smaak absoluut niet bij de vodka paste, helaas). U ziet het derde probleem natuurlijk al van mijlenver aankomen. Waar steken we al dat eten? We propten enkele dingen bij in de schoudertas (die zo redelijk ondraagbaar werd door het gewicht, maar goed, we kunnen nu ook wel tegen een stootje, dachten we), nog wat bij in mijn rugzak en ja, de rest deden we dan maar in een plastiek zaksken.

Na het aantrekken van onze wandelschoen/bergbottines waren we volledig klaar om er voor te gaan. Dachten we. We waren nauwelijks de deur uit of Martin hield ons tegen. ‘Wat hebben jullie allemaal mee?’ ‘Dekens, want u nas njet slaapzak!’ ‘Ja maar, zo kunt ge toch geen berg beklimmen! Kom, ik heb nog riemen op mijn kamer’. Waarna de lieve jongen onze dekens met zijn riemen op onze rugzakken bond, Nick sommeerde om een deel van ons eten in zijn eigen rugzak de steken en wonder boven wonder ook nog wat eten in mijn rugzak gepropt kreeg. Er bleef enkel nog een zakje met koekjes en sap over. Nù waren we pas klaar om écht te vertrekken.

We namen de tram naar het autobusstation, waar we na wat wachten onze kans grepen en in een minibusje klommen, dat ons voor 100 roebel naar Listvyanka zou brengen. Ja, dat deed het ook echt! Eenmaal aangekomen in Listvyanka vertrokken we na een bezoekje aan de lokale winkel (een ijsje en wat boule-de-berlins voor Nick, een ijsje voor Martin en een Fanta voor Jeremy – ja, die mannen hadden dat goed gezien, snel nog even wat suikers naar binnen spelen… We hadden dat beter ook gedaan!) voor een lange wandeling ‘door de bergen’.

We gingen het dorpcentrum uit en algauw bevonden we ons in de vrije natuur. Heel schoon, maar wreed voor het ongetrainde menselijke lichaam, dat verzeker ik u! In het begin ging het nog redelijk, doorwandelen aan een stevig tempo, dat kan ik wel aan en net toen het wat meer begon te stijgen (vergeet dat ‘door de bergen’ maar, wij gingen ‘over de bergen’, recht omhoog!) merkte Martin dat er iets gelekt was in zijn rugzak en dus hadden we even de tijd om op adem te komen terwijl hij zijn rugzak proper maakte. (Het was een blikje bier en het was niet eens erg gelekt, anyway, het was een goede reden om meteen maar het eerste blikje bier van de tocht te ledigen – niet dat er nog veel volgden, maar toch, ’t was een schoon moment!)

Maar dan. Mannekes, vader! U moet weten, Hanne en ik wij zijn niet meteen zo van de fanatieke kampeerders. Wij doen dat rustig aan, op ’t gemak en we zien wel waar we geraken. We genieten van de natuur terwijl we wandelen. We nemen al eens een pauze. Wij racen geen bergen over. Jeremy, Nick en Martin waren en zijn ervaren trekkers, die gewend zijn van van alles te beklimmen en bergen over te lopen op smalle bospaadjes. Die gaan vooruit, vooruit, vooruit. Wij daar dus achteraan. Ik heb daar geen problemen mee als dat op vlak of dalend terrein is, ik stap graag goed door. Maar als dat bergop is en niet zomaar ‘efkes’ bergop, maar constant, kilometers aan een stuk, met een behoorlijke hellingsgraad, dan is dat iets anders. Dat doet u niet zomaar ‘efkes’ en hup en klaar. Dat vergt inspanning. Dat vergt longen. Dat vergt energie. Maar aan pauzeren deden deze drie niet mee, o nee! Bijgevolg ging ik een hele tijd maar achter Jeremy aan, raakte wat meer achterop, waarna ik Martin voor liet gaan en vervolgens liep ik zowat alleen, ergens tussen de kopgroep (Jeremy en Martin die algauw uit het zicht en tussen de bomen verdwenen) en de staart (Hanne en Nick die laatste bleef – hij had ook wel een erg zware rugzak te dragen natuurlijk) in. Ja, het peleton, dat was ik! Maar één zonder al te veel overwinnings-/inhaaldrang. Ik liep daar wel ok, zo op mijn eentje, niemand die hoorde hoe diep ik soms moest inademen en af en toe kon ik eens stoppen, want ik was toch de laatste nog niet. Maar het was afzien en ho, te bedenken dat ik vooral was meegegaan voor het kampvuur en de bijhorende gesprekken en het slapen in de tent. Te bedenken dat ik dacht dat die wandeling nog wel ging meevallen.

Maar goed, ik hoop dat het duidelijk is dat het bedwingen van deze berg bijna bovenmenselijke inspanningen vroeg en dan niet zozeer vanwege de steilheid, maar vooral vanwege de snelheid waarmee deze bedwongen moest worden. Op een gegeven moment was er gelukkig een lichtje aan het eind van de tunnel: er lag sneeuw! Op de grond, op de berg, bijna op de top! Waw, de eerste liggende sneeuw! Mijn hoop op een witte verjaardag werd alleen maar groter. Het was maar een heel klein beetje sneeuw, maar toch maakte het al veel goed. Het gaf weer nieuwe moed. Er was nog hoop.

Niet lang daarna was het einde in zicht; de berg moest enkel nog afgedaald worden. Opnieuw geen sinecure, maar het ging toch al vlotter dan naar boven klimmen. Het was echt de kam van de berg die we afdaalden en dus op het scherpst van de snee, maar eindelijk was daar het Bajkalmeer en een schitterend uitzicht. Het moet gezegd, het is de moeite waard geweest!

We besloten daar dan maar ons kamp op te maken; er lagen resten van een vuur er stond een tafeltje en het was gewoon een wreed schone plek aan het Bajkalmeer. Rechts over, links over, een enorm meer en aan de overkant besneeuwde bergtoppen, onbeschrijfelijk mooi! ’s Avonds en ’s nachts scheen er dan een wit licht over het meer, dat gedurende de nacht ook steeds meer opschoof, een prachtig schouwspel. Terwijl we daar onze patatjes en vleesjes in een wrap aan het opeten waren, samen met wat versgemaakte soep van Martin begonnen de sterrekes te flikkeren tussen de bomen heen en waw, wat een geweldige ervaring zeg! Ik zag zelfs een vallende ster, dus ik helemaal blij, blijkt dat dit in Canada ongeluk betekent. Ik interpreteerde die ster toch maar op de Belgische manier! (En in Tasmanië betekent het ook dat ge een wens moogt doen, nah!)

We hebben een hele tijd zitten praten, wat chocolade gegeten, wat vodka gedronken (ja, ge moet iets doen tegen de koude) en het was enorm gezellig! En ho, zowat de hele wereldpolitiek passeerde de revue, WOI en WOII (en dat met een Duitser erbij, altijd fijn – don’t mention the war!), vreemde verhalen en dergelijke meer.

Uiteindelijk werd het helaas zelfs voor de grote avonturiers bedtijd. Slaapwel dus. Niet dus. Ik en Hanne hadden al eerder (na het hout sprokkelen, het uitstallen van de etenswaren, het inrichten van de kampplek en andere bijzonder kampeer-gerelateerde doch leuke bezigheden) ons thermisch ondergoed aangetrokken en ons als echte anciens gehuld in de laagjes, de sjaal, de muts en de wanten en geen van deze items werd uitgetrokken om te gaan slapen! Het was tenslotte min twee en uw reporter ter plaatse en compagnon (ik en Hanne) hadden dus, zoals eerder al vermeld geen slaapzak. Dat hebben we geweten! Koud dat dat was! Eén van de dekentjes lag op de grond, het andere hadden we over ons gedrapeerd en dat was het. Het was min twee. Min twee. Min. Min. Miiiiiiin! Ijskoud! De enige oplossing was het delen van lichaamswarmte, waardoor ik me dus voortdurend moest omdraaien (ik lag met een helft tegen Hanne aan) omdat een helft van mij aan onderkoeling ging lijden. U begrijpt, van slapen kwam niet veel in huis. Op een gegeven moment lag ik toch in slaap, werd ik plots wakker en zit Jeremy rechtop in de tent. Ik stamelde slaapdronken “Hanne, wat scheelt er”, waarna dus bleek dat ik het tegen Jeremy had. Er zat blijkbaar een rat aan de buitenkant van de tent, die dapper werd weggejaagd door Jeremy. Na een controle van het eten – het was er nog, en nog allemaal – keerde de rust weer. Hanne lag nu gesqueezed tussen Jeremy en ik, de gelukzak! Langs beide kanten permanente lichaamswarmte, zonder uzelf gelijk een kip aan het spit te moeten ronddraaien, naast het bezit van een slaapzak leek dit de tweede grootste luxe die er is op de wereld!

Uiteindelijk overleefden we de nacht en ’s morgens werd de tent zelfs aangenaam opgewarmd door het zonnetje, maar de schade was al gedaan, onze nachtrust was niet bijzonder groot geweest. Na een ontbijt besloten Nick en Martin om een duik te nemen in het Bajkalmeer. Hanne en ik hadden onze portie koude wel gehad, dus gingen wij rustig op het ‘strand’ aan de oever onze tanden poetsen. Ik moet zeggen, uw tanden poetsen aan de oever van dit gigantische meer is geweldig! Net zoals naar het toilet gaan met zicht op Bajkal, onvergetelijk!

Nadat we ons kamp hadden opgekraamd en de innerlijke mens versterkt hadden trokken we weer op pas. We gingen langs een andere weg teruggaan, omdat het quasi onmogelijk leek dezelfde steile bergkam waarlangs we naar beneden gekomen waren weer op te klimmen. Nadat we eerst fout gegaan waren en dan maar gewoon dwars door de struiken heen een berghelling afliepen/wandelden/struikelden/vielen kwamen we op het juiste pad terecht. Ik ga u de details besparen, maar het was véél simpeler dan de dag ervoor om de berg weer over te geraken. Bij de afdaling, die maar bleef duren, dachten Hanne en ik blijkbaar hetzelfde: ‘hoe zijn we dit in godsnaam gisteren ooit op kunnen klimmen?!’. De sneeuw was ook verdwenen.

Nadat we in Listvyanka nog een omulken (Martin en Nick toch) en een ice-tea (deugd dat dat deed!) naar binnen hebben gesmikkeld konden we vrijwel meteen een marsjroetka nemen en tegen het avondeten kwamen we weer in Irkutsk aan.

Zo waren er dus terug een Canadees, een Duitser, een Australiër en twee Belgische meisjes in het studentenhuis en zo hebt u hopelijk geleerd waarom gaan kamperen bij min twee en zonder een slaapzak een wel bijzonder slecht idee is. Ik zocht het met plezier voor u uit!

 

 

 

 

Gepost door: marielaureinrusland | 10 oktober 2008

HET SNEEUWT! HET SNEEUWT! … het sneeuwde!

Jaja, gisteren was dat hier complete euforie in Irkutsk; er vielen sneeuwvlokjes waar te nemen! Het sneeuwdege! Werkelijk waar! Ze waar minimaal en klein en smolten meteen maar TOCH: het was sneeuw en dat in oktober. En dus eis ik een witte verjaardag. Ze hebben nog een week (de weergoden) om het te fiksen, dus ze kunnen het maar beter fiksen! Lichtelijk deprimerend hierbij is wel dat het vandaag opeens weer 16 graden was. Tja dat weer hier, daar valt niks mee aan te vangen. Dat is noch te voorspellen, noch in grafieken te vangen.

Het zijn hier zondag ook verkiezingen. Er moet een nieuwe ‘deputaat’ komen voor de oblast’ Irkutsk. Bijgevolg wordt er hier heftig gelfyerd en worden er affiches opgehangen en spandoeken en lopen er heel veel als beren verklede mensen op straat rond (de beer is het symbool van Rusland en dus meteen ook van ‘edinaja Rossija’, de partij van Poetin, u niet geheel onbekend).

Daarnaast valt er nog wel iets te vertellen over de nieuwe mens op de dorm: Martin uit Duitsland. Hele sympathieke jongen/kerel, maar hij heeft af en toe wat vreemde trekjes. Ik hou u nog even in spanning tot zondag (of dinsdag, afhankelijk van de weekendplannen).

Dinsdagavond zijn we op de thee geweest bij onze ‘juffrouw’ van Pools, omdat Hanne jarig was en er nog een stukje taart over was. Enig geslijm kan hier nooit kwaad natuurlijk. Ze liet ons foto’s zien van in  Mongolië en ho, nu wil ik er nog meer naartoe! Vorige zaterdag was er ook een feestje voor Hanne haar verjaardag, wat heel erg plezant was en ze heeft een cd van Justin Timberlake (niet echt haar, noch mijn smaak, maar achja, een gegeven paard…) en van Lenny Kravitz (dat trekt er al meer op) gekregen, alsook een rozenplantje (van Martin, de Duitser) dat helaas zijn kopje al wat laat hangen (onze kamer heeft dan ook sauna-allures) en chocolaatjes en een taart (dankuwel Nele – Het was niet makkelijk om te kiezen, ze zijn hier goed in taarten, zo hebt ge ze in België nog niet veel gezien! Nele heeft de taart vervolgens ook door het avondverkeer geloosd en hij overleefde zelfs een wilde busrit – (welke busrit is hier ook niet wild)) en dat was het geloof ik. Op zaterdagavond, of eigenlijk al meer op zondagmorgen, maakten we ook nog kennis met een hoopje écht, oprecht leuke meisjes van het derde verdiep (ze waren echt geïnteresseerd in ons en voor één keer niet alleen in ‘de jongens’) waar we nog een heel gesprek mee hebben gevoerd. Dit gesprek vond afwisselend in het Russisch (voornamelijk) en het Duits plaats. Er was er eentje die Duits sprak, nogal een haantje de voorste en vervolgens begon Jeremy Duits met haar te praten, waarbij ze eigenlijk elkaar niet verstonden, waardoor ik en Mieke moesten helpen met vertalen, waardoor de taal weer Russisch werd, waarna Jeremy zich herinnerde dat hij ook een beetje Spaans kan, waardoor enkele Russische meisjes die Spaans studeerden Spaans begonnen te praten, wat al wat vlotter ging en vervolgens werd het terug Duits en Russisch en dan gooide Jeremy er ook een paar Franse woorden tussen en toen was het hek helemaal van de dam. Ik weet niet of iemand nog volgt met al die talen hier, maar zo krijgt u een indruk van hoe het voor mij was. Voor het geval dat het nog niet duidelijk is: het was verwarrend!

Vorige zondag zijn we ook nog met de mama van de Rus die nu op Nele haar kot in België zit (misschien dit stukje nog eens herlezen, het valt niet makkelijker of anders uit te leggen, sorry voor de ingewikkeldheid) naar een concert geweest. Het was wel de moeite, de zangeres kon absoluut zingen en het waren Russische volksliederen en er was live-begeleiding en dergelijke, maar het is toch niet iets om elke week te doen. Het concert vond plaats in de Filharmonie, waar we al lichtelijk horendol werden gebabbeld door de mama van Maksim (de Rus die dus nu op Nele haar kot in België zit), nog voor het concert begon. Ze was erg sympathiek, maar babbelde erg veel en wij waren allemaal nog al moe (zie: feestje van Hanne) dus we waren lichtelijk saaie gesprekspartners vrees ik. Uiteindelijk ging er dan een bel (dat is hier echt populair die bellen!) en mochten we de zaal binnengaan. We zaten vrij ver vanachter, maar we hadden een goed zicht. Eerst kwam er een zeer schoon opgeklede blonde madam ons vertellen wat er ging gebeuren (er ging een concert plaatsvinden, voor moest u het nog niet weten) waarna de muzikanten opkwamen, welgeteld 5 stuks. Nummer één speelde op een banjo-achtige gitaar, nummer twee speelde op de Balalajka, nummer drie deed de percussie (voornamelijk xylofoon en af en toe drum), nummer vier speelde basgitaar en nummer vijf speelde op de onontbeerlijke accordeon. Ze speelden een nummertje of twee, waarna er plots een rijzige, stevige dame het podium opkwam, gekleed in een middeleeuws aandoend kleed met lange flappermouwen, waar dus theatraal mee geflapperd kon worden en met een speciaal kapsel op het hoofd. Ze sprak heel zachtjes in de microfoon over wat ze zou zingen, wat mij al deed vrezen voor het ergste, maar toen ze haar keel openzette bleek mijn vrees absoluut ongegrond. Wat een stem, wat een gezang, het was wreed schoon!

En het bleef maar duren. Uiteindelijk leek ze er een einde aan te willen maken. Aan het gezang dus. Maar vervolgens bleek dat dit slecht de pauze was. het concert was om 17u begonnen en wij dachten dat het maar een uurtje zou duren, maar toen het tijd voor pauze was was het al anderhalfuur bezig. Maksims mama zag precies dat we wat moe waren en verzekerde ons dat het geen probleem was als we door wilden gaan, maar dat leek ons nogal onbeleefd (ze had ons uitgenodigt én de tickets betaald) en nadat bleek dat ze ook nog eens op zoek was naar een wasmachientje voor op ons kot (jaja, handwas, u vraagt, wij draaien er eentje – ik word er zo stilaan een specialist in!) leek het ons al helemaal not done om zomaar in het midden van het concert weg te gaan.

Gelukkig bleek deel twee veel minder lang te duren en ook de ambiance in de zaal kwam er toen wat in. Er werden enkele Russische volksliedjes samen met het publiek gezongen, er werden verzoeknummers ingediend (er werden papiertjes afgegeven aan de zangeres en ik vermoed niet dat het telefoonnummers of zoiets waren) en uiteindelijk werd een geeïndigd met een soort van staande ovatie waarbij iedereen zowat meezong (behalve wij, want we kenden geen een van de liedjes) en daarna werd de zangeres (die in de pauze getransformeerd werd tot kerstbal – ze droeg een kleed vol glitters en een doorzichtig vestje) overladen met bloemen. Jaja, het was een geslaagd concert, alleen waren er 3 kleine Belgjes die zowat stierven van de honger, dus na het wachten op onze jas (gedisciplineerd wachten in een rij) haastten we ons gauw naar huis. Dankuwel mama van Maksim!

Andere vermeldenwaardige feiten van deze week zijn de ’scheldwoordenles’ die ik en Hanne op woensdag kregen van de leuke Russinnen van op het derde verdiep. Zij vonden het hilarisch en wij vonden het hilarisch, misschien niet om dezelfde redenen, maar toch. Jeremy had die avond ook een soort feestje met zijn Russiche vinden en de mop van de avond was wel ‘ja roeski!’. Wij zaten daar dus in de keuken met de Russinnen en onze woordenboeken (wij leerden ze ook wat Vlaamse scheldwoorden en ja, probeer maar eens in het Russisch uit te leggen wat sommige dingen betekenen ahum) en we waren volop scheldwoorden aan het debiteren en af en toe passeerde er iemand aan de deur, die vervolgens zijn hoofd naar binnen stak, waarna de Russinnen spontaan in het Engels begonnen en wij (Hanne en ik) bleven oefenen of even zwegen, waarna dus de desbetreffende Rus uitriep dat hij ‘roeski’ was en dus bijgevolg alles wel had verstaan. Het valt moeilijk uit te leggen, maar het was hilarisch en de grap van de avond! Ja Roeski!

Wat nog… Oja, de vestiaire in de univ! Probeer hier dus nooit het linkerdeel van het gebouw binnen te dringen terwijl ge uw jas nog in uw handen hebt. Het MAG NIET! Hier in de univ lopen dus bewakingsmensen rond, compleet in blauwe legeroutfit (vraag me niet in wat ze zich proberen te camoufleren) en met strenge blik in de ogen, mensen die duidelijk heel verveeld zijn en dus studenten moeten vertellen dat ze hun jas ‘in de vestiaire moeten hangen, die open is sinds 1 oktober en speciaal voor de studenten is ingericht’. En ge moet geen twee keer proberen. Hup, naar de vestiaire! Film kijken in het mulitmedialokaal met uw jas op de schoot mag ook niet, hup naar de vestiaire! In de bibliotheek een boek terug gaan brengen met uw jas vast/aan? Mag niet, hup naar de vestiaire! Met andere woorden, we hebben ons lesje wel geleerd. Naar de vestiaire!!

Tot slot nog even vermelden dat ik een souvenirtje heb gekregen van de werkmannen op kot, maar dat is er verhaal apart en het vraagt om foto’s, dus dat zal voor een andere keer zijn…

Gepost door: marielaureinrusland | 2 oktober 2008

Wat schnabbels voor bij de koffie of de thee

-          Zei ik al dat we nieuwe keukenkasten hebben? En een nieuwe keukentafel? En een grote kast in onze kamer en een hele mooie spiegel die alleen helaas nog niet aan de deur hangt?

-          Ons uurrooster is helaas ook nog maar eens veranderd, waardoor we nu op vrijdag van 11.30-14.45u les hebben. Daar gaat onze vrije dag en daar gaan onze uitstapjes! Lichtpunt is wel dat het twee lesuren van dezelfde leerkracht zijn, dus daar valt wellicht wel iets te regelen (altijd in Rusland hé). Het is ook een geweldig lieve leerkracht, die ons uitgenodigd heeft om eens met haar naar het theater te gaan en dan bij haar thuis nog iets te gaan drinken. Jammer genoeg heeft ze nogal de neiging om van de hak op de tak te springen, waardoor de les soms nogal chaotisch is.

Een ander gevolg van de verandering van uurrooster is dat we nu veel meer met de Aziaten samen zitten en dus ook in een grotere groep les hebben.

-          Het is hier ondertussen ook flink kouder geworden. Deze morgen (woensdag) zagen we voor het eerst nul graden staan op de thermometer en een andere thermometer zei zelfs dat het min 1 was. Ik geef het nog een week voor alle blaadjes van de bomen zijn! Het is wachten op sneeuw… O en vandaag (donderdag) was het ook echt min 1 en kouder!

-          Hanne en ik hebben zondag een ‘meeting’ gehad met een Antwerpenaar (Thierry), waaruit bleek dat er zich naar alle waarschijnlijkheid momenteel slechts 7 Belgen bevinden in Irkutsk (ik, Hanne, Nele, Heleen, Mieke, Kristien en de Antwerpenaar). Hij was heel blij dat hij nog eens Nederlands kon spreken, wat het was zowaar 3 maanden geleden!

-          Maandag hebben we hier bobotie gegeten, Zuid-Afrikaans dus en dinsdag hebben we paella gegeten, Spaans dus. Voor wie er aan twijfelde; ja, ik word hier goed gevoederd! (en ik voeder mezelf ook goed) Dinsdag was het ook Paul zijn verjaardag, waarbij we hem verrasten met een fles Drambuie (straf spul, Schots, heeft iets hoestsiroopachtigs, maar het smaakt best lekker gemengd multivruchtensap, ja het klinkt heel erg vies, maar geloof me, het is ok). Het stomme was wel dat Hanne en ik gehoopt hadden op een klein feestje, wat er niet echt doorkwam en iedereen liet ons in de steek toen we aan de afwas begonnen en we probeerden ze terug te lokken met goede muziek en dat heeft toch deels gewerkt. Deels. Snif. Maar het deed Hanne en ik wel besluiten dat er op onze verjaardag wel stevig gefeest gaat moeten worden, olé ola! (en ik verjaar op een vrijdag, hihi…)

O en over eten gesproken; gisteren hebben de Koreaantjes (niet slecht bedoeld, ze zijn gewoon echt wel klein) rijstballetjes met vlees en vis voor ons gemaakt en dat was echt heel lekker. Ze mogen dan al een rare taal hebben, koken kunnen ze!

-          Zaterdag gaan we de Chinese markt hier onveilig maken om de broodnodige inkopen voor de winter en ook niet voor de winter te doen. We gaan onze afding-kwaliteiten grondig gaan oefenen!

-          En tot slot, aangezien ik toch vergeten ben wat ik hier nog allemaal bij moet zetten, ook een beetje droevig nieuws: vrijdag vertrekt Felix terug naar Spanje (en we kunnen hem nu niet meer gaan uitzwaaien omdat we les hebben) en zaterdag gaat ook Pablo hier weg. Snif, het zal anders zijn zonder hen!

-          Voor wie zich zou afvragen hoe de Russische jongens zijn (ja Jakob, ik moet mijn lezers tevreden houden en ik weet dat er wel degelijk zijn die het zich afvragen…); ze vallen enorm tegen hé, zoals steeds. Ik weet niet hoe het komt maar het nektapijt is hier enorm populair. Net als gemillimeterd haar en dan een langere froufrou, het heeft iets van een reuze-monsterlijke-baby. Dus het devies is; overal kort behalve vanachter of vanvoor! Ook onmisbaar voor de Russische jongeman; een soortement sjakoshke, dat over de schouder wordt gehangen en tot op de heup hangt, ter grootte van een A5-schriftje ongeveer. En dit zeer trendy voorwerp komt niet zomaar uit den lokale H&M ofzo hoor, neenee, Prada, Armani, Escada, de eisen zijn hoog. Verder is het spotten van een Russische jongen met haar langer dan een centimeter of drie hier bijna even uitzonderlijk als het spotten van een koalabeer in België. Ze zijn verder ook opvallend gewoontjes in vergelijking met de vaak erg exotische uitdossing van de meisjes hier… De enigen die er ietwat speciaal bijlopen zijn de tja, hoe noemt ge zoiets … de donkergekleden, zwartharigen, die praten over de Guano Apes en dergelijke. Apart volkje hier!

Daarnaast is ook het imago van stoerheid erg belangrijk. Macho, handen in de zakken, onverschillige blik op het gezicht, schouders breed maken, alles wat kan helpen voor het stoer lijken wordt uit de kast gehaald.

Zelfs het 7-jarige jongetje waar ik een partijtje schaak tegen speelde (en verloor, maar dat kwam omdat hij geholpen en geleid werd door Felix, de schaakkampioen en ikke niet. En dat is niet eerlijk!) wilde niet afgeven, bleef stoer, poseerde met opgestoken duim voor foto’s en wou zelfs armworstelen met mij, waarbij zijn stoerheid wel een deuk kreeg, want ik maakte hem genadeloos in.

Nu goed, tot zover de Russische jongens. Eén besluit: daarvoor moet ge niet naar hier komen. (Voor de vrouwelijke vrijgezellen onder jullie; ik heb wel dingen opgevangen over Canadese jongens in de trant van koken voor u en dergelijke, dus misschien is een tripje naar Canada wel een aanrader?)

Gepost door: marielaureinrusland | 2 oktober 2008

Een daguitstap(je?) met de kroeglobajkalski Express

Op zaterdag hadden we een uitstapje gepland. Het opzet: een tochtje met een treintje rond een stukje van het Bajkalmeer (hier spreken van een ‘Bajkalmeertje’ zou niet echt passend zijn gezien de omvang ervan), totdat we terugkeerden naar Port Bajkal, waarna een boot ons naar Listvyanka zouden brengen, waar we nog even zouden kunnen rondlopen en later zou een busje ons dan weer naar Irkutsk brengen.

Let wel, dit was het opzet! Ik wil niet afdoen aan het spanningsgehalte van mijn blog, maar mensen die me kennen zullen na het lezen van de vorige zin vast al doorgehad hebben dat het in de realiteit net iets anders verlopen is. Maar laten we beginnen bij het begin (ha, logica, het kan soms zo’n deugd doen!).

Vrijdagavond kwam Heleen al bij ons slapen. Ik weet niet of ik het al vermeldde, maar Heleen is dus een vriendin die hier ook zit, om net dezelfde redenen als ik en Hanne en Nele, alleen zit zij in een gezin en wij op een kot. We hadden een luierdagje, sliepen uit, aten havermoutpannenkoekjes (dankuwel Nele!) en deden eigenlijk voornamelijk niks. ’s Avonds maakten (lees: plaatsten we in de oven) we pizza’s, die redelijk lekker waren, maar ook niet geweldig en na nog heel wat gepalaver vielen onze ogen toe. Maar niet voor lang, want om zes uur ’s morgens werden we gewekt. Na de gebruikelijke ochtendrituelen vertrokken we met de bus naar het treinstation. Daar aangekomen lieten we de toerist in ons al even los en trokken we enkele foto’s van het station. Nadat we eerst de foute deur waren binnengegaan vonden we uiteindelijk het juiste deel van het station waar een enorme massa mensen stond. Op het infobord was onze trein nog niet te zien, terwijl het toch al wel kwart voor 8 was en onze trein vertrok om 10 na 8 (‘inscheping’ om 8.03). Niet gepanikeerd, dit is tenslotte Rusland. Uiteindelijk (tegen een uur of 8) verscheen onze trein op het bord, maar helaas stond het perron er nog steeds niet bij vermeld. Nog steeds geen probleem, Rusland, u weet wel en er viel genoeg te zien in het station. Een meisje dat opeens een babypoesje in haar jas blijkt te hebben, reclame voor onze trein (dachten we!), een mooie zwart glanzende stoomtrein (op een reclameaffiche, informatieborden en het aloude mensjeskijken (wat in Rusland een werkelijk fantastische bezigheid is!) eisten onze aandacht op. Het werd 8.03. Geen perron. Het werd 8.07. Geen perron. Het werd 8.10. Geen perron. Het werd 8.15. Geen perron. Het werd 8.20. Plots kwam er beweging in de mensenmassa. De trap richting perrons werd ingenomen door mensen met dozen met taarten, reistassen en rugzakken. Perron nummer 4. Allen daarheen.

Uiteindelijk vertrok de trein om 8.30u. Op de tv-schermpjes werden Bajkal-fotoreportages getoond, ondersteund door bijpassende Russische muziek. Deze werd al snel onderbroken door een vrouwenstem die ons de geschiedenis van het station van Irkutsk vertelde, alsook andere interessante feiten, verhalen en wetenswaardigheden over Irkutsk en de andere fijne plekken die we voorbijreden. Helaas leek hier geen eind aan te komen. Het landschap was echt wel mooi. We reden door de heuvels, tussen bossen en mistige riviertjes door. Af en toe dook er een datsjadorp op en ja, dit was echt Rusland.

Na een hele tijd rijden stopte het treintje in Sloedjanka, een dorp aan de oevers van het Bajkalmeer. We werden even gelucht, een kwartiertje mochten we ginds rondlopen. Dat was meer dan tijd genoeg want we moesten dus in het station blijven en veel was er niet te zien. Enkele Russische treinen, de sporen en een of ander oud tentoongesteld stuk ijzerwerk ter vervoer van containers. Gekke, onnozele foto’s genoeg dus. Het enige wat er echt te doen was was het kopen van omul en het onderhandelen met de oude vrouwtjes die dit op het perron stonden te verkopen. Wij hadden hier geen zin in, de Russen overduidelijk wel en nadat we ons terug hadden neergezet in onze coupé werden we hier dan ook een sterke visgeur gewaar. Onze overburen aan de andere kant van het gangpad begonnen ook meteen te smikkelen van hun vis, dit na het opeten van verschillende soorten chips, chocolade en snoepjes. Ik weet niet wat het was met die mensen maar die zijn werkelijk geen seconde gestopt met eten terwijl ze in de trein zaten. Een hele sporttas gevuld met voedsel werd geplunderd. Tomaten bestrooid met zout, gebraden kip die werd gevierendeeld, chips, bananen, nootjes, snoep, noedels, chocolade, appels, brood, een komkommer, niets werd onverteerd gelaten en alles werd met evenveel smaak opgegeten. Daar zaten wij dan met ons zakje met 6 met confituur besmeerde croissants, 4 kleine boterkoeken, een appel, een plak chocolade en een zak niknakjes. O, en een fles kersensap, olé.

Een andere man begon meteen om 9u ’s morgens al met het uitdelen van shotjes vodka. We zijn tenslotte in Rusland, nietwaar.

Na deze korte pauze vertrok onze trein weer. In omgekeerde richting. Wat dus wil zeggen: achterwaarts. We dachten dat hij ooit nog wel eens zou draaien, hij reed immers ook niet zo geweldig snel, maar uiteindelijk heeft hij heel de tijd achterwaarts doorgereden tot in Port Baikal. Enfin, nu ook weer niet heel de tijd, maar dat leest u verder wel.

Enige tijd later stopte de trein nog eens. We waren net een mooie stenen brug over gereden en stonden vrij hoog boven een baai aan het Bajkalmeer. Iedereen stormde de trein uit en de berg op, waar er een museum of iets dergelijks leek te zijn. Hanne, Heleen, Nele en Marie-Laure stormden de trein uit en de berg af, op richting Bajkal. Eerst namen we enkele zeer schone foto’s bij een kerkje/kapelletje, waar Heleen zeer devote poses aannam en vervolgens daalden we de berg verder af. Eenmaal aan de oever van dat imposante meer en omringd door al het natuurschoon (de bergen! De bossen! Het water!) kwam het kind in ons los; We probeerden een Rus die geweldig goed stenen kon keilen (of hoe noemt ge deze activiteit anders?) te imiteren, maar geen van ons kon met hem concurreren. Hierna ontdekten we de pret die een mens kan hebben met de zelfontspanner van een fototoestel. Rugzakken werden opgestapeld en gekke poses werden aangenomen in de wel zeer romantische omgeving. Het was steeds afwachten wat dit zou opleveren, maar de resultaten mogen er zijn. We gingen zo op in ons modellenwerk dat we niet merkten hoe de tijd voorbijging. Plots kwam het onheil nader. De ‘toeter’ van de trein. En wij die ons zo’n 200 meter lager dan de trein bevonden. Lopen!!!! Ik zette er meteen een spurtje in, hup de berg op, hup het gras door (waarbij ik Nele blijkbaar per ongeluk een volle lading aarde heb toegegooid) en ja, daar was de trein. Hij stond er nog steeds en iedereen was op zijn gemak aan het instappen. Geen spannende overnachting aan de oever van Bajkal…

Ons treintje reed en reed maar. Wij aten en knibbelden aan de niknakjes, onze buren aten vooral en de mensen voor ons dronken nog steeds vodka. De dame door de microfoon maakte ons attent op speciale bruggen, de lengte van tunnels, aparte stenen muren, mooie uitzichten en meer van dat. Vsjo v porjadkje dus. Tot onze trein nog een stop maakte. Er werd ons verteld dat er verderop (! 12 kilometer verder dus!) een steen op de sporen lag en dat we daarom 40 minuutjes hier mochten rondlopen terwijl dit euvel ‘effe’ verholpen werd. Goed, wij springen de trein uit, recht een gesloten kuuroord binnen, met allerlei fotografisch interessante plekjes (ahum), zoals een beer, een zwembadje, een schietbaan, een rots-fontein-watervallen-partij en natuurlijk het Bajkalmeer zelf. We repten ons naar Bruintje de beer, een berenstandbeeld dus, dat zich erg leende tot het maken van nog meer belachelijke, onnozele foto’s. Terwijl we daar compleet de malloot aan het uithangen waren (‘knuffel de beer’ ‘kus de beer’ ‘bruintje beer masseert uw schouders’, ‘make love to the camera’ – de Belgische delegatie in Irkutsk heeft zich weer in de kijker gewerkt…) vingen we het onheilspellende bericht op dat het oponthoud nog minstens anderhalfuur zou duren. Geen probleem, de sfeer zat er in en er waren nog meer foto’s te trekken. Het betrof hier ondermeer; ‘Heleen en Marie-Laure in Russische zeemeerminpose op de rand van het zwembad’, ‘Nele die doet alsof ze in het zwembad staat’, ‘Hanne en Heleen idyllisch op het brugje boven het nep-watervaltafereel’, ‘leg een appel op uw hoofd en ga voor de schietdoelen staan’, ‘Marie-Laure wringt zichzelf om een lantaarnpaal’ en meer van dat fraais. Dit alles met fameus wapperende haren want er stond daar een stevige wind en het was ook niet meteen warm te noemen. Hierna beklommen we een trap die ons boven op een heuveltje bracht vanwaar we een prachtig uitzicht hadden over de omgeving met de trein en de bergen en het Bajkalmeer en de Russen.

Nadat we de heuvel weer waren afgedaald gingen we richting Bajkalmeer, waar we serieuzere idyllische landschaps- en mensenfoto’s trokken. Na het gadeslaan van het uitvoeren van dezelfde activiteit door een bende Russinnen (geloof me, het is de moeite en het is nogal een spektakel), aten we een appeltje aan een watervalletje en vervolgens trokken we weer richting trein. Daar aangekomen vernamen we dat het nog minstens twee uur zou duren voor er schot in de zaak zou komen omdat er een hersteltrein moest afkomen en die zouden dan de sporen vervangen en dergelijke, het leek een ingewikkelde zaak te zijn.

Wij waren nogal verkleumd van het rondwandelen en dus gingen we maar terug in de trein zitten. Na een bezoekje aan de barwagon, die dik tegenviel, heb ik dan maar wat geslapen. Na een dik uur kwam de werktrein terug en konden we blijkbaar verder rijden. Helaas zouden we niet meer stoppen onderweg, omdat we al te veel tijd verloren hadden. Dus dan stopte de trein maar gewoon heel even op die speciale plekken, maar wij mochten er niet meer van. Het was echt een schitterend landschap waar we doorreden en we bevonden ons echt op de oever van het Bajkalmeer, vlak aan het water.

Terwijl we daar op die trein zaten beseften we plots dat we onmogelijk nog op tijd (om 23u dus, want na 23u heersen hier buiten de wetten van moord, terrorisme en drugs blijkbaar, volgens een blad dat beneden bij de conciërge hang – verder nooit iets van gemerkt trouwens) in ons studentenhuis konden zijn. Een smsje naar Mieke en Kristien, de andere Belgische meisjes hier op kot, zou normaalgezien alles in orde moeten brengen, maar zij smsten terug dat de conciërge er niks van moest weten en wat als we echt later gingen zijn dat het International Office haar daar maar van op de hoogte moest stellen en dat het dan wel goed was. Vervolgens ondernamen we een poging om naar Elena, onze contactpersoon op dat Office te bellen, waarbij Heleen zich voor mij (‘Bettens’) uitgaf (ik weet dat je wou dat je mij was Heleen, maar hier gaat het toch te ver hoor!) en waarbij na ¾ van het gesprek de batterij van de gsm het opgaf. Wisselen van kaarten en gsm en dergelijke dan maar en na een plaspauze (waar ik niet aan deelnam, godzijdank) belde Heleen (‘Bettens’) nog eens naar Elena en toen  bleek dat alles in orde zou komen.

Oh, wat een geweldige, hilarische tijd hebben wij daar op die trein beleefd zeg! Dit was zo typisch Russisch…

Tegen het einde van de rit toe werden de infofilmpjes over het Bajkalmeer en zijn dieren (wist u dat zeehonden kunnen schilderen en trompet spelen??) vervangen door een karaokevideo. De sfeer zat er in, de muziek was er, de drank in de man en de vrouw en bijgevolg werden we getrakteerd op een zangstonde door de Russen. Waarvoor dank. Het begon allemaal aarzelend maar uiteindelijk werd er zelfs nog gezongen nadat de trein gestopt was in Port Baikal en de video’s werden afgezet. Lichtelijk onvast en onzeker begonnen wij daar ‘otsji tsjornye’ te zingen, wat gretig bijval kreeg bij de Russen. Zo grappig, wij begonnen het liedje met ons vieren te zingen en de Russen vielen mee in! Het was zeer gezellig aldaar.

Uiteindelijk besloten we de trein maar eens te verlaten voor we er in opgesloten zouden worden en toen begon het wachten (nog maar eens). Coupés nummer 2, 6 en 7 werden namelijk uitverkoren om als eerste de overtocht met de boot naar Listvyanka te maken en bijgevolg moesten wij (coupé 5) zo’n driekwartier wachten. Na een wanhopige zoektocht naar warm eten, die niets opleverde gingen we buiten maar wachten, waar er een groepje Russen het spelletje ‘1 persoon beeldt iets uit en de rest raadt wat hij uitbeeldt’ aan het spelen waren en we deden een halfslachtige poging om mee te doen, die niet erg goed lukte, gezien onze beperkte kennis van het Russisch. Maar het was grappig en het was leuk en we zongen Samson en Gert liedjes en Nederlandstalige klassiekers en we waren uitgelaten en vrolijk en wild. En toen was er de boot en gingen we terug naar Listavyanka en toen waren er bussen en en en. Toen moesten we even rustig zijn want er begon een man een beetje boel te maken omdat hij niet meer op de bus geraakte en wij stonden vlakbij, maar gelukkig was er onze held Sacha die ons gered heeft. Voordat die man ruzie begon te zoeken had hij ons apart gezet omdat we vreemdelingen waren en we voelden ons al benadeeld, maar uiteindelijk heeft hij ons gewoon heel erg bevoordeeld, want hij nam ons mee naar een gewone personenauto, stopte ons er in en zei de chauffeur dat hij wel zou betalen. Een kwartiertje later, nadat alle bussen al even vertrokken waren, kwam hij terug en stapte zelf mee in. Driekwartier later, om 23.15 stonden we voor de deur van ons kot. De chauffeur was een soortement stuntpiloot. Hij reed vrijwel de hele weg minstens 120, slalomde de andere auto’s voorbij, haalde de drie bussen in en trok zich vooral niks aan van de gietende regen die maar bleef vallen.

Dankuwelmerci, Sacha (die zei dat we nog eens terug moesten komen en ons het allerbeste wenste en bleef kijken tot we helemaal binnen waren – hij was misschien een heel klein beetje in de wind) en dankuwelmerci Mijnheer de Chauffeur!

Na een warme portie noedels en een gesprekje in de keuken waren wij allemaal klaar voor ons bed en geloof me, we hebben GOED geslapen die nacht!

Gepost door: marielaureinrusland | 2 oktober 2008

Geschiedenisles… of was het geschiedeniskwis?

Vorige week maandag om 20 voor 10 stonden we allen present voor de les geschiedenis. Vorige week hadden we deze les ook al, maar aangezien dit een deel van de cursus voor het tweede jaar is en deze oedatsjniki (gelukzakken) die week geen les hadden kregen ook wij geen les maar een opdracht. We hebben er toen de hele zondag aan besteed; Russische tekst lezen, deze vertalen, merken dat Hanne en ik 4 pagina’s te kort komen, vragen beantwoorden met volzinnen en meerkeuzevraagjes oplossen.

Maar die maandag waren we voorbereid en bijgevolg stonden we paraat. Onze naam verscheen op een lijst en we konden beginnen. Omringd door Aziaten zaten daar ‘de Belgen’. Eerst gaf de brave man ons de opdracht voor deze week, die dus net dezelfde was als de vorige week. Hierna begon de ‘les’. Hm. De man toonde ons een tekening. Een rebus zo bleek. Al gauw werd deze opgelost en de slimme persoon die dat kon (het antwoord was ‘vostok’) werd aan het bord geroepen en mocht gewapend met een krijtje het antwoord aan de rest van de klas mededelen. De slimmerik had het juist en kreeg een plusje achter zijn naam. Drie plusjes na elkaar is gelijk aan een 5, het hoogste punt dat er in Rusland valt te halen. Vervolgens begon de man, schijnbaar de professor dus, een vraag op het bord te schrijven. Hierna zei hij ons 5 minuten na te denken. Wie het antwoord wist, moest zijn hand opsteken en verkreeg na dit gebaar de toestemming om met een krijtje het antwoord op het bord te schrijven en zo weer een plusje te scoren. We scoorden er allemaal een. Hierna volgde weer een rebus. En een vraag en nog een vraag en een rebus en een vraag en dat ging zo maar door. Vragen als: ‘Hoe noemt men het gebied tussen Tigris en Eufraat?’ ‘Welke rivier stroomt er in Egypte?’ ‘In welk land stroomt de Nijl’. De naam van dit vak is: Vaderlandse Geschiedenis.

De Belgen grepen hun kans. De Aziaten zaten erbij en keken er naar. Op twee na. Wij gingen er helemaal voor. Piece of cake. We haalden allemaal drie plusjes en vijf punten binnen. Nadat dit gebeurd was besloten we even rustiger aan te doen (wie eerst zijn hand op stak mocht eerst antwoorden, het was dus allemaal een kwestie van snelheid. Ware het niet dat de Aziaten niet echt leken te participeren en we dus gewoon elkaar elk om de beurt lieten antwoorden). We gaven ze een kans. Ze grepen ze niet. Ze keken en zwegen. Tot enkelen ons begonnen af te luisteren en zo antwoorden wegkaapten, o, de stouterikken! Maar dat deden ze maar een keer of twee. Want anders!

Maar dus, haha wat een les. Ik ben benieuwd naar de volgende, die denk wel net iets moeilijker zal zijn. Maar we hebben al een vijf en al bijkomende plusjes. Maar de man heeft ons nu al graag. Dit kan niet meer stuk!

Gepost door: marielaureinrusland | 24 september 2008

Nog wat multimediaal materiaal!

« Nieuwere berichten - Oudere Berichten »

Categorieën